Al heel jong was hij zich bewust van zijn bijzondere positie. De primus inter pares. De roos onder de anjers. De troef te midden van de gewone speelkaarten. En zijn vader kneedde hem in de techniek die bijzondere positie ten volle uit te nutten. Machiavellisme tot grote hoogten. Wat heb je per slot van rekening aan zaken als fatsoen en medelijden. De ware heerser doet wat het beste is. Zonder aanziens des persoons. Alles moet wijken voor de alfa. Liegen, bedriegen, bedreigen, chanteren; allemaal instrumenten voor een succesvolle carrière. En met vader eenmaal uit de weg, kon er ruim baan worden gemaakt voor nog grotere ambities. Want er is meer dan miljarden op de bank en je eigen naam glimmend op de glasvliesgevels. Een positie binnen de financiële elite leek niet langer bevredigend. Het hoogste ambt lonkte.
En dus moest hij zichzelf opnieuw uitvinden. Een nieuwe filosofie, een verse tactiek. En een nieuw zelfbeeld. Een rotsvast vertrouwen dat hij geschikt en bekwaam was voor de toppositie. Een set zelfhulpregels diende te worden ontwikkeld. En die regels moesten ontluisterend eenvoudig zijn:
1 Ik heb altijd gelijk
2.a Mensen die op Axioma 1 kritiek hebben: ontslaan, wegwerken, ridiculiseren, voor de rechter dagen, chanteren, bedreigen of wat maar nodig is;
2.b Mensen, organisaties of wie dan ook, die niet gevoelig zijn voor 2.a: afdoen als fake news, overstelpen met een hoop onwaarheden of anderszins niet ter zake doende info;
2.c In die gevallen dat 2.b niet werkt: creëer een nieuw schandaal of een onvermijdbaar item dat plotseling alle aandacht opeist. Nieuws lost oud zeer op;
3 Alles beproefd, rest nog de schuld van alle commotie, alle negativiteit, bij je voorganger te leggen. En dat je het uiterste doet om alles weer in goede banen te leiden. Waarna automatisch Axioma 1 in werking treedt.
Hoe simpel en doorzichtig ook; het bleek te werken.
