• Gladheid

    Groenestein tooit andermaal wit. Het noordoosten van Nederland heeft te maken met wat hardnekkig nagepruttel van de winter. Met als gevolg dat auto’s in sloten belanden en fietsers op de Eerste Hulp. Het lijkt erop dat het concept ‘winterse gladheid’ maar moeilijk tot het bewustzijn kan doordringen. Haast en gejaagdheid worden blijkbaar niet ingetoomd door de realiteit van ijzel en opvriezende wegen. Alsof de opwarming van de aarde nu al een permanente plek in ons collectieve denken heeft verworven.

    Misschien dat ze daar in de VS ondertussen anders over zijn gaan denken. Grote delen van dat land hebben te maken met bittere kou, sneeuwbuien en andere extreme winterse ellende. Het kwik is op sommige plaatsen gedaald tot -30 °C en de stroom is op vele plekken uitgevallen. Ik neem zo maar aan dat ze daar de winter weer volkomen serieus nemen.

    Maar aan de andere kant: klimaatsceptici zullen dit allemaal aangrijpen om de temperatuurstijging nog maar eens te ontkennen. We zullen moeten leven met het feit dat het brein bij dergelijke lieden te maken heeft met permafrost. Dat valt allemaal niet te ontdooien tot redelijkheid.

  • Winter

    De eerste winterse dag met temperaturen die ’s morgensvroeg moeilijk boven het vriespunt zijn gekomen. Tegen acht uur weerklinkt het alom bekende geluid van het schoonkrabben van bevroren autoruiten. Het is duidelijk: de komst van het laatste jaargetijde laat zich niet langer uitstellen.

    Hoewel de winter sterke associaties met de dood oproept, gloort toch ook wel degelijk de hoop op nieuw leven. En dat kan niet alleen op het conto van de christelijke viering van de geboorte van de Messias worden geschoven. Al ver voor de klassieke oudheid waren mensen zich bewust van de eeuwigdurende cyclus der jaargetijden. En dat dus de dood onvermijdelijk leidt tot nieuw leven. In het sterven ligt de belofte van geboorte verborgen en dat is een troostende wetenschap. Definitieve einden bestaan niet; een einde is altijd ook weer een nieuw begin.

    De winter is voor mij ook een hernieuwd begin. En wel van een vervelende periode van koude handen. Al op jonge leeftijd openbaarde zich het Syndroom van Raynaud. En sindsdien trotseer ik in lage temperaturen de overbekende ‘witte’ vingers. Een herkenbaar symbool voor een defect in het afweersysteem. Op zich niet gevaarlijk, mits tijdig ‘bestreden’ met warmte. Te lang verblijf in de kou kan echter wel degelijk leiden tot blijvende schade. Mij is echter vooral de doorgloeiende pijn van opwarmende vingers bijgebleven. Bijvoorbeeld na winterse voetbaltrainingen onder de warme douche. Martelende minuten waarin de bloedsomloop weer op gang trachtte te komen.

    Gelukkig heeft de winter ook positieve kanten. Daarbij kunnen we denken aan de warme gezelligheid van de Kerstdagen. De grote Charles Dickens wist bijvoorbeeld al dat barre omstandigheden buiten tot grotere feestvreugde binnen leidden. Het gerucht gaat dat hij soms mensen inhuurde om buiten zijn woning al dan niet gespeeld geweeklaag te laten horen over de ellende op straat. Met als doel de gasten binnen bij de haard zich extra senang te laten voelen. Het verhaal zal hoogstwaarschijnlijk apocrief zijn, maar niettemin mooi.

    Tegenwoordig zijn open haarden ‘not done’ en de energieprijzen nodigen ook niet uit tot uitbundige temperaturen. Zo zie je maar weer hoe zelfs het positieve van de winter door de tijd wordt ingehaald.

  • Herfst

    De herfst is nooit mijn favoriete jaargetijde geweest. Mijn hele leven lang heb ik een afkeer gehad van die natte, kille, mistige maanden in aanloop tot de doodse winter. Herfst staat voor verval, neerslachtigheid, depressie; negatieve emoties waar ik altijd gevoelig voor ben geweest. Niet dat ik bij het vallen der bladeren direct op zoek ga naar een eind touw, maar echt vrolijk word ik er allemaal niet van. Herfst staat synoniem voor natgeregende broeken op weg naar school, verkleumde handen na een voetbalwedstrijd en grauwe, kleurloze namiddagen die de energie uit je wegslurpen.

    De ‘minor poet’ C. Buddingh’ wist het heel aardig onder woorden te brengen.

    Een typisch Buddingh’-gedicht. Altijd met het verval en de onvermijdelijke dood als thema. En altijd met onderkoelde humor. ‘Tongue-in-cheek’ vanuit Dordt. Er valt wat te lachen, maar helaas niet al te lang.