• Alfa’s

    De wereld komt langzamerhand in handen van alfamannetjes. De potentaten, de dictators, de alleenheersers. Die een volslagen eigen agenda hebben en die werkelijk geen enkel middel schuwen om hun doelen te bereiken. En die doelen hebben uitsluitend met hun eigen gewin te maken. Nietsontziend worden de stukken op het schaakbord geschoven en ruimhartige offers worden niet geschuwd. Zo lang die offers maar door anderen worden gebracht. Hun daden worden begeleid door valse retoriek en evidente leugens. En het maakt hun niet eens uit dat die leugens worden ontmaskerd, want die ontmaskering is ‘fake news’ en wordt al snel ingepakt in tientallen andere onwaarheden. Wat vandaag staand beleid is, geldt morgen bijna als hoogverraad.

    En wee diegenen die kritiek hebben. Of er een andere mening op na houden. Hel en verdoemenis wacht hen. Want in de persoonlijkheidscultus van deze alfa’s passen geen afwijkende opinies. In de Juche-cultuur van Moskou, Beijing en Washington horen geen tegengeluiden te klinken. Zeker niet als de alfa’s het onderling op een akkoordje gooien.

    Misschien niet geheel toevallig tref ik in de bijlage ‘Tijdgeest’ van Trouw het volgende gedicht aan:

    Een verontustend gedicht, zeker gezien de slotregel. Een slot, dat ook de eerder genoemde lege binnenplaats een sinistere lading geeft. Het is dat we weten dat dit gedicht uit 1997 stamt, anders zouden we de inhoud gemakkelijk kunnen projecteren op het heden. Alle ingrediënten wijzen op de oranje gorilla, inclusief de dreiging voor mensen die hem niet voor de volle honderd procent hebben gesteund.

    Het is zorgelijk dat we overgeleverd zijn aan de strapatsen van drie superego’s. Lieden die volstrekt onbekend zijn met de twee kerneigenschappen die ons als mensen onderscheiden van de besten: medelijden en empathie.

    God bewaar ons.

  • Zwaarte

    Ik sla de bijlage ‘Tijdgeest’ van Trouw open en lees het gedicht van de week. Ditmaal van de hand van Ineke Riem. De lichtvoetige titel ‘101 knutselideeën’ doet flauwe meligheid zoals ‘Creatief met kurk’ vermoeden, maar dat pakt totaal anders uit. Riem schrijft openlijk over de ‘grote’ gevoelens die ons allemaal wel ergens in ons leven overvallen. Zonder de gebruikte woorden overigens de voor de hand liggende zwaarte mee te geven. Integendeel, ze omzeilt die zwaarte door deze om te zetten in alledaagse knutselwerkjes.

    Zowel Clara als ik hebben op enig moment te maken gehad met depressies en gevoelens van uitzichtloosheid. En we weten allebei dat dergelijke negatieve emoties uitsluitend bestreden kunnen worden als je de relativiteit ervan leert in te zien. Als je die gevoelens ‘licht’ maakt. Mede daarom raken me de woorden opvallend.

    Het gedicht klinkt overigens ook als een parafrase op sommige zelfhulptheorieën, die al te luchtig kunnen doen over daadwerkelijk fundamentele mentale problemen. Problemen die moeilijk of onmogelijk in woorden zijn te vertalen. Misschien dat klei, gips en wc-rollen dan uitkomst kunnen bieden.