Pakjesavond.
In mijn jeugd een van de hoogtepunten in het kinderlijk jaar. Een spannende periode ging daaraan vooraf; een periode waarin je gedrag gedurende de afgelopen maanden op z’n merites werd beoordeeld door de Goedheiligman. En een periode van grofweg veertien dagen waarin je het zekere voor het onzekere nam en dientengevolge je longen uit je lijf zong bij de zorgvuldig geplaatste schoen.
Met de toename der jaren namen ook de vragen omtrent dit bizarre volksfeest toe. Hoe immers wist Sinterklaas de surprises door de smalle rookafvoer van de in die dagen gebruikelijke gaskachels te krijgen? Wij hadden zelf dan wel een open haard, waar de betwiste cadeaubezorging met enige fantasie daadwerkelijk doorgang kon vinden, maar bij andere vriendjes en vriendinnetjes bestond die mogelijkheid overduidelijk niet. De twijfel sloeg weliswaar toe, maar de angst om onverantwoorde risico’s te nemen met de potentiële cadeaustroom verminderde slechts mondjesmaat. En dus klonk elke avond het gezang bij schoen met wortel.
Die angst werd voor een belangrijk deel gevoed door Zwarte Piet. In tegenstelling tot veel mensen van kleur tegenwoordig, die zich blijkbaar beschadigd en beschimpt hebben gevoeld door de traditionele Pieterman Knecht, heb ik Piet nooit gezien als een karikatuur van de zwarte medemens. Eerder als een moeilijk te controleren figuur die bepaald bedreigend kon zijn voor kinderen die niet al te onderdanig hadden gefunctioneerd gedurende de lukraak gehanteerde evaluatieperiode. De zwarte gezichten waren angstaanjagend; de roe en de zak fungeerden als stok achter de deur.
In de laatste jaren heeft Piet die afschrikwekkende attributen verloren. Roe en zak verdwenen als eerste, en daarna werd de zwarte kleur in de ban gedaan. Wat overbleef, was een onschuldige kwibus. Een mafketel, die zich als een komiek gedroeg. En dus langzaam z’n functie verloor. En met de langzame aftocht van de Pieten raakt ook Sint Nicolaas meer en meer buiten beeld. Want wat moeten we met een eenzame oude bisschop omringd door mallotige paladijnen?
De Kerstman rukt meedogenloos op. Die heeft niets te maken met slavernij-connecties en moeilijk uit te leggen pedagogische controverses. Alleen de rendieren zouden wellicht problemen kunnen geven met actiecomités als Animal Rights, maar ook daarbij voorzie ik geen onoverkomelijke moeilijkheden.
De stoomboot kan aan de ketting; Ozosnel mag naar het rusthuis. En Sinterklaas kan eindelijk z’n rol als pensionado aan de Costa naar tevredenheid invullen.
’t Heerlijk avondje is verdwenen, de makkers hebben hun geraas allang gestaakt.
