Nu we meer en meer gewend raken aan obligate leugens en onverholen onwaarheden, raakt de kunst van het omfloerst verpakken van de werkelijkheid in zalvende, leidende en sturende bewoordingen in de vergetelheid. Waar zijn de tijden dat premiers Kamerleden tot wanhoop dreven met een brij aan woorden waar werkelijk geen chocola van te bakken viel? Of de politici die elegant en met verbale elastische vaardigheid al te lastige vragen van journalisten naar een zijspoor verwezen? De tijd, kortom, van enorme kluiten in soepel riet.
Aan het einde van de dag wordt god weer opgeborgen in een woord.
Aardappels, kolen, pastinaken: ook de aarde tuimelt in haar ruime zakken terug.
Landmassa’s slaan het duister om als dekens, aan de hemel vonkt
Een nachtnet van sterren of zijn het schepen?
Weet je, liefje, jij zit jezelf niet in de weg en zielsgelukkig ben ik
Met een vuur gestookt op kolen. Ik leg me te slapen tegen je buik.
Dit is alles was ik wilde: een huis; ikzelf de vreemdeling daarin.
Erwin Hurenkamp – ‘II’
Ontwijkend gedrag. Ontkennen wat evident is. Struisvogelpraat tot poëzie verhoogd.
Het is van alle tijden. Ouder dan homo sapiens. En kwalijker dan Satan. Wie zonder zonden is, zal ze op deze wijze snel creëren. Niets menselijks is de verkapte leugen vreemd. En dat ‘verkapt’ kan tegenwoordig ook weggelaten worden.
