• Hoogmoed

    Bij een eerdere gelegenheid schreef ik al over helden uit mijn jeugd, die naderhand met een daverende klap van hun, door mijzelf overigens opgerichte, sokkel zijn gelazerd. En dit keer richt ik mijn vileine pijlen op de muziek van de jaren ’70.

    Eén van de revelaties van dat decennium was de supergroep Emerson, Lake & Palmer. Alle drie de musici met een imposante carrière achter de rug: Emerson bij The Nice, Lake bij King Crimson en Palmer bij The Crazy World of Arthur Brown. Inderdaad, de band van ‘Fire’ met de ‘brandende zanger’. In ieder geval hadden de heren hun sporen verdiend.

    Eén van de meest opvallende nummers van hun debuutelpee was ‘Take A Pebble’.

    Geen poëzie voor een bloemlezing, maar ook weer niet al te beroerd. In ieder geval een beloftevol begin.

    Lake kreeg daarna last van hoogmoed. Hij eiste een Perzisch tapijt op het toneel. Kosten: £ 20.000,-. En wee diegene die het waagde dat karpet tegen de pool in te stofzuigen. Ontslag op staande voet. De waanzin ten top. Grenzeloze ego’s. Uit hun verband gerukte persoonlijkheden. Het is dan ook nauwelijks verwonderlijk dat het driemanschap geen al te lang leven beschoren was. Wat er met de Pers is gebeurd, blijft onbekend.

  • Verkapt

    Nu we meer en meer gewend raken aan obligate leugens en onverholen onwaarheden, raakt de kunst van het omfloerst verpakken van de werkelijkheid in zalvende, leidende en sturende bewoordingen in de vergetelheid. Waar zijn de tijden dat premiers Kamerleden tot wanhoop dreven met een brij aan woorden waar werkelijk geen chocola van te bakken viel? Of de politici die elegant en met verbale elastische vaardigheid al te lastige vragen van journalisten naar een zijspoor verwezen? De tijd, kortom, van enorme kluiten in soepel riet.

    Ontwijkend gedrag. Ontkennen wat evident is. Struisvogelpraat tot poëzie verhoogd.

    Het is van alle tijden. Ouder dan homo sapiens. En kwalijker dan Satan. Wie zonder zonden is, zal ze op deze wijze snel creëren. Niets menselijks is de verkapte leugen vreemd. En dat ‘verkapt’ kan tegenwoordig ook weggelaten worden.

  • Alledag

    Wie goed kijkt en luistert, kan werkelijk op alle plekken gedichten vinden. Poëzie is overal, voor wie het wil ontdekken.

    Nee, ’t is niet briljant. Nee, het is geen sonnet van Shakespeare. Maar aan de andere kant: het is het ritme van mijn medicatie, het zijn de woorden van mijn welbevinden en het zijn de strofen van mijn dagelijkse routine. Poëzie van alledag, dus.

  • Herkenbaar

    Hoorde gisteravond op de radio de aftiteling van ‘Met Het Oog Op Morgen’, met het bekende lied ‘Gute Nacht, Freunde’ van Reinhard Mey. Een fraai lied, dat moet gezegd, maar dat feit weerhoudt menig presentator van dit programma er niet van uitvoerig door de zang en gitaarklanken van Mey heen te tetteren. Typisch geval van grenzeloze zelfoverschatting van mensen die maar wat in een microfoon boeren en stug volhouden dat zulks een heus vak is.

    Hoe het ook zij, de klanken van Mey deden mij denken aan ‘Mei’ en dus aan Herman Gorter. Een welopgeleide zoon van dominees die zich geheel bekeerde tot het communisme. Een ommezwaai die helaas funest bleek voor het overgrote deel van zijn poëtische werk. Elk gedicht kwam in het teken van de klassenstrijd te staan, ten koste van het dichterlijke inlevingsvermogen dat hij wel degelijk had. Wat bijvoorbeeld te denken van:

    Fraai, zonder meer. Echter ook hopeloos oubollig, zoals blijkt uit ‘tevreeë’ en wat te denken van ‘gefemel’? Een synoniem van ‘gevlei’ dat geheel in onbruik is geraakt.

    Toch heeft het gedicht een herkenbaar geluid. Weliswaar geen ‘nieuw geluid’, zoals ‘Mei’ wil suggereren, maar toch. Gorter is nu compleet vergeten, en dat is niet terecht. De Nederlandse Keats heeft beter verdiend.

  • Absent

    Het is een grijze, koude dag. De wind is guur en het nodigt totaal niet uit naar buiten te gaan. Helaas moet dat wel gebeuren, want ik moet naar de bloedafname in verband met mijn afspraak met de reumatoloog volgende week. Niets ernstigs, alleen een evaluatiegesprek om in overleg te bepalen welke doseringen van welke medicijnen uiteindelijk soelaas zullen brengen. Een kwestie van voortschrijdend inzicht, zoals zo vaak.

    Eenmaal weer terug zoek ik de warmte en het comfort van mijn werkkamer op. De muziekkeuze valt op ‘Nursery Cryme’ van Genesis in de oorspronkelijke bezetting, met Peter Gabriel en Steve Hackett. Het album dateert uit 1971, de periode voordat de band ongegeneerd de commerciële kant opstuurde. Het nummer ‘For Absent Friends’ trekt mijn aandacht. En niet alleen wegens de tekst; die is prachtig.

    Een onderschat nummer, dat wellicht door z’n geringe lengte volstrekt ten onrechte min of meer als een ‘filler’ is beschouwd. De tekst is, zoals gezegd, prachtig en komt deze middag opeens opvallend binnen. Een herkenbaar en ontroerend verhaal, waar vrijwel iedereen wel raakvlakken mee heeft. Het zou in een poëziebundel niet misstaan.

    Een tekst die emotioneert; omvattend in z’n beknoptheid. Het komt best goed met die medicijnen, weet ik opeens.

  • Kunstmatig

    Artificial intelligence. AI. Hemelhoog geprezen summum van technologische ontwikkeling. Als we sommigen mogen geloven, geldt bijvoorbeeld ChatGPT als de grootste revelatie van de laatste drie eeuwen. En inderdaad, de mogelijkheden van deze kunstmatige chatbox zijn verpletterend. In die zin is deze elektronische vraagbaak een absolute openbaring.

    Gelukkig heeft deze technologie ook zijn beperkingen. En die blijken wanneer deze AI-variant de concurrentie met de menselijke creativiteit moet aangaan. Wat immers te denken van het navolgende gedrocht:

    Als je dit leest, weet je ogenblikkelijk dat er nog wel degelijk hoop gloort. Dat de menselijke hersencellen nog altijd in staat zijn poëzie te scheppen, die oneindig veel diepzinniger, gevoeliger en veelal kwalitatiever is.

    De mens heeft nog altijd perspectief.

  • Kwetsbaar

    Vanmiddag zijn Clara en ik naar het centrum gewandeld. In de Martinikerk vindt een tentoonstelling plaats, een evenement waarbij de werken van beeldend kunstenaars worden gekoppeld aan gedichten. Op zich geen origineel uitgangspunt, maar we zijn benieuwd wat de – voor ons merendeel onbekende – kunstenaars en vooral de gevormde combinaties voor resultaten hebben weten te bewerkstelligen. Vooral omdat een van de kunstenaars Marianne Leeflang is, een destijds goede bekende van Stien. De onderlinge band werd minder hecht toen Hein en Stien naar Amsterdam verhuisden, maar het contact is altijd gebleven. Het zal apart zijn haar nu, na al die jaren, opnieuw te ontmoeten.

    De Oosterstraat baadt in een heerlijk lentezonnetje en we genieten van de wandeling. Op de Grote Markt heeft het winkelend publiek de terrassen weten te vinden. Een optimistische opmaat naar hopelijk een fijne middag.

    In de Martinikerk is het jammer genoeg bepaald niet druk. Slechts een dozijn geïnteresseerden heeft de moeite genomen hier te verschijnen. De Groningse happy few, denken we dan maar. Vrijwel direct ontdekken we Marianne, die andersom ons ook meteen herkent.
    “Clara, Diederik! Wat fijn dat jullie er zijn! Alles goed?”, vraagt ze enthousiast.
    Alles goed. En met haar ook, zoals duidelijk wordt na onze wedervraag.
    “Ik ben werkelijk heel benieuwd wat jullie mening is over mijn meest recente werk”, klinkt het verwachtingsvol. “Ik ben wat meer de kant van het realisme opgegaan. Met een thematiek die Clara zeker zal aanspreken: de kwetsbaarheid van de mens”.
    Die laatste toevoeging maakt ons extra opmerkzaam. We spreken af dat we na de rondgang langs de werken onze op- en aanmerkingen zullen doorgeven.
    “Tot straks bij de champagne dan”, wordt het eerste deel van de conversatie besloten.

    Die rondgang blijkt bepaald niet mee te vallen. De schilderijen variëren behoorlijk van kwaliteit en het niveau van de poëzie is ronduit matig. Gelukkig steken de schilderijen van Marianne met kop en schouders boven de rest uit. Fraai en indringend. Ik word er zelfs een beetje ongemakkelijk van, al die getormenteerde personages. Clara blijkt gefascineerd door deze weerslagen van menselijke fragiliteit. Helaas zijn de gedichten die aan haar schilderijen zijn gekoppeld met afstand de slechtste van de hele tentoonstelling. Hoe gaan we haar dat op een subtiele wijze vertellen?

    Dat blijkt even later geen problemen op te leveren.
    “Ik wist wel dat jullie dat direct zouden zien”, neemt Marianne onze zorgen weg. “Ik ben daar ook helemaal niet gelukkig mee, maar helaas ben je aan de grillen van de samensteller overgeleverd. Aan de andere kant: zo vallen mijn werken misschien extra op”.
    Dat is dan ook weer waar. Het optimisme van eerder blijkt te resulteren in een positieve benadering van onvermijdbare tegenslagen. De ultieme wapens van de kwetsbare mens.