Bij een eerdere gelegenheid schreef ik al over helden uit mijn jeugd, die naderhand met een daverende klap van hun, door mijzelf overigens opgerichte, sokkel zijn gelazerd. En dit keer richt ik mijn vileine pijlen op de muziek van de jaren ’70.
Eén van de revelaties van dat decennium was de supergroep Emerson, Lake & Palmer. Alle drie de musici met een imposante carrière achter de rug: Emerson bij The Nice, Lake bij King Crimson en Palmer bij The Crazy World of Arthur Brown. Inderdaad, de band van ‘Fire’ met de ‘brandende zanger’. In ieder geval hadden de heren hun sporen verdiend.
Eén van de meest opvallende nummers van hun debuutelpee was ‘Take A Pebble’.
Just take a pebble and cast it to the sea
Then watch the ripples that unfold into me
My face spil so gently into your eyes
Disturbing the waters of our lives
Shreds of our memories are lying on your grass
Wounded words of laughter are graveyards of the past
Photographs are grey and torn, scattered in your fields
Letters of our memories are not real
Well, sadness on your shoulders like a wornout overcoat
In pockets creased and tattered hang the rags of your hope
The daybreak is your midnight, the colours have all died
Disturbing the waters of our lives
Of our lives, lives, lives.
Greg Lake – ‘Take A Pebble’
Geen poëzie voor een bloemlezing, maar ook weer niet al te beroerd. In ieder geval een beloftevol begin.
Lake kreeg daarna last van hoogmoed. Hij eiste een Perzisch tapijt op het toneel. Kosten: £ 20.000,-. En wee diegene die het waagde dat karpet tegen de pool in te stofzuigen. Ontslag op staande voet. De waanzin ten top. Grenzeloze ego’s. Uit hun verband gerukte persoonlijkheden. Het is dan ook nauwelijks verwonderlijk dat het driemanschap geen al te lang leven beschoren was. Wat er met de Pers is gebeurd, blijft onbekend.

