De Italiaanse keuken wordt tot Werelderfgoed verklaard. En de Italianen zijn het daar uiteraard hartgrondig mee eens. Dat valt ook moeilijk anders te verwachten, want het chauvinisme komt snel naar boven wanneer het om nationale of nationalistische zaken gaat. Zo vinden Grieken hun feta een ultieme vorm van erfgoed, de Spanjaarden zullen eenzelfde pleidooi houden voor paella en de Britten voor fish & chips. Culinaire kwaliteit doet daarbij niet ter zake. Het gaat alleen en uitsluitend om de emotionele waarde bij de eigen bevolking. In die zin is er van één Europese identiteit in het geheel geen sprake.

Terug naar ‘la cucina Italiana’. Op de keper beschouwd een onzinnige term, omdat het land ten diepste verdeeld is over de authenticiteit van het leeuwendeel der recepten. In Napels worden andere regels gehanteerd dan in Rome. De pastavarianten van Sicilië zijn toch echt heel verschillend van die van Südtirol. En in Piemonte zijn ze van mening dat zij de meest originele vitello tonata kunnen produceren. In Aosta menen ze overigens hetzelfde. In die zin zijn ze het in ‘De Laars’ volstrekt met elkaar oneens.
De eenheid ontstaat pas als de strijd moet worden aangebonden met het vijandige buitenland. Als Turkse restaurateurs zich voordoen als de brengers van ’s lands trots: de pizza. Als de arrogante Fransen zich onbeschaamd enige als onvervalst Italiaans te boek staande recepten toe-eigenen. Dan ontstaat de Italiaanse furie. ‘La cucina Italiana’ moet onvervalst Italiaans blijven. En andere moeten daar met hun poten afblijven.
Stronzi!
