• Weerloos

    Het schrijven van een biografie is soms een uitdagende taak. Zeker als het onderwerp een redelijk bekend persoon of een groep personen is. Een onderwerp waarover dus al heel veel bekend is en waarbij je het gevaar loopt in herhalingen te vervallen. Het streven naar originaliteit komt in die situaties sterk onder druk te staan. En juist dat is in feite de enige rechtvaardiging van het onderhanden zijnde werk: originaliteit.

    Het verhaal van Pink Floyd is misschien bij het grote publiek slechts gedeeltelijk bekend, maar in de ‘inner circle’, waartoe ik ook mezelf reken, is het allemaal gesneden koek. En dus is de vraag welke van de open deuren tóch ingetrapt moeten worden, en welke details werkelijk te klein zijn voor een ‘mainstream’ biografie.

    Ik heb die vragen voorlopig maar even terzijde gelegd en ben ‘gewoon’ begonnen. Tot tevredenheid van de uitgever, gelukkig maar. En dus ploeter ik dagelijks voort. Schrijven is handwerk, dat blijkt maar weer. Meer transpiratie dan inspiratie, zoals kon worden verwacht.

    Het schrijven van een dergelijke biografie brengt ook weer zeer merkwaardige toevalligheden naar boven. Wat immers te denken van de verschijning van Syd Barrett in EMI Studio’s, juist op het moment dat ‘Wish You Were Here’ wordt afgerond. Een in alle opzichten dramatische gebeurtenis. Syd, eind jaren zestig al mentaal onherkenbaar veranderd, bleek bij deze gelegenheid ook fysiek totaal anders. De voormalige charismatische frontman was een corpulente, kale ‘Madcap’ geworden; onvoorspelbaar, onbegrijpelijk, ondoorgrondelijk. Geen wonder dat de overige bandleden tot tranen geroerd waren.

    Met dat in het achterhoofd, krijgt de poëtische tekst die Roger Waters eerder schreef, een totaal andere en veel diepere lading. Een songtekst, die in menig dichtbundel in het geheel niet zou misstaan:

    Een nostalgische wanhoopskreet. Een pijnlijk verlangen naar betere tijden. Het niet accepteren van het onvermijdelijke. Het vermalen genie. Alles van waarde bleek ook deze keer weer hopeloos weerloos.

  • Magisch

    Ik keer de plaat op de draaitafel om en laat de naald op de begingroef zakken. Even later klinkt de befaamde ‘ping’ door de kamer. Het iconische begin van ‘Echoes’ van Pink Floyd. Bij uitstek het nummer dat de muzikale omslag van de band markeert. Het begin van Pink Floyd als superband.

    Ik herinner me nog dat ik de kerstvakantie van 1971 bij neef Eduard doorbracht. Op een van die dagen kwam een goede vriend van hem langs en toonde de bekende hoes met het oor en waterrimpels. Gezien onze ervaringen met ‘Ummagumma’ en ‘Atom Heart Mother’ waren de verwachtingen hoog gespannen.

    Kant 1 bleek aardig. Wat experimenteel geweld en wat aardige songs. En een explosief geweldig nummer dat direct indruk maakte: ‘One Of These Days’. Jammer genoeg geen overstelpende indruk. Kant 2 dan maar. Bij de eerste ‘ping’ was onze aandacht getrokken. Ruim 23 minuten later keken we elkaar verbijsterd aan. Zonder wat te zeggen ging de naald andermaal naar de eerste groef. En daarna nog een keer.

    ‘Echoes’ is in de loop der jaren voor mij een blijvertje gebleken. Ik vond het dan ook jammer dat deze song van de setlist van Pink Floyd ‘live’ verdween. En het deed me veel deugd dat David Gilmour het weer opnam voor z’n ‘On An Island’-tour. De wisselwerking met Richard Wright bleek magisch.

    Door het overlijden van Wright behoort die magie tot het verleden. Nick Mason heeft het nummer, samen met z’n ‘Saucers’ nog ‘live’ gebracht, maar dat was een surrogate uitvoering.

    We zullen het met het origineel en de latere publieksopnames moeten doen. En met onze herinneringen, uiteraard.

  • Vlek

    In mijn werkkamer klinkt het album ‘Harvest’ van Neil Young. Een iconische plaat waar ik veel goede herinneringen aan heb. Deze elpee dateert uit 1972, een periode waarin ik gelukkig nog onbezonnen en vrij van zorgen in het leven stond. Als ik het me goed herinner, zat ik in de derde klas van het Thorbecke College, weliswaar al ingedeeld op de afdeling Athenaeum, maar nog voor de ietwat zenuwslopende vakkenkeuze. Ik voetbalde in de A1 van Helpman om het kampioenschap en had ondertussen een uitnodiging voor Oranje onder 15 gehad. Mijn debuut in het eerste elftal zou niet al te lang op zich laten wachten.

    Dat jaar zou naast ‘Harvest’ ook ‘The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars’ van David Bowie het licht zien; een ander album dat veel invloed op mijn muziekvoorkeur heeft gehad. Of wat te denken van ‘Transformer’ van Lou Reed. Of Çan’t Buy A Thrill’ het openingsalbum van Steely Dan. Of het gelijknamige debuutalbum van Roxy Music. Een totaal ander muziekgenre diende zich aan. Maar ook de ‘oudere’ bands roerden zich.

    Een greep uit de dat jaar verschenen elpees:
    ‘The Great Wazoo’ – Frank Zappa
    ‘Darwin’ – Banco del Mutuo Soccorso
    ‘Machine Head’ – Deep Purple
    ‘Argus’ – Wishbone Ash
    ‘Sailin’ Shoes’ – Little Feat
    ‘Europe ‘72’ – Grateful Dead
    ‘Per Un Amico’ – Premiate Forneria Marconi
    ‘Something/Anything’ – Todd Rundgren
    ‘666’ – Aphrodite’s Child
    ‘Eat A Peach’ – The Allman Brothers Band
    ‘Ege Bamyasi’ – Can
    ‘Thick As A Brick’ – Jethro Tull
    ‘Foxtrot’ – Genesis
    ‘Exile On Main St.’ – The Rolling Stones
    ‘Close To The Edge’ – Yes
    ‘Pink Moon’ – Nick Drake

    Mijn geliefde Pink Floyd vergastte ons op ‘Obscured By Clouds’, een tot op de dag van vandaag sterk onderschat album. Kortom, een tijdperk vol licht, een jaar van positivisme. Een jaar waar ik met veel plezier op terugkijk.

    Ik loop naar beneden en vertel Clara dat ik zojuist Neil Young heb geluisterd.
    “Harvest”, klinkt het. “Prachtige plaat. Maar ‘A Man Needs A Maid’ zou nu toch echt niet meer kunnen, vind je niet?”.

    Ze heeft uiteraard gelijk. Maar jammer dat ook dat fijne jaar 1972 een behoorlijke vlek heeft opgelopen.

  • Fenomenaal

    ’s Morgens download ik een opname van 23 oktober 1970. Een zogenoemde matrix van de twee bestaande opnames van deze show in Santa Monica. Terecht dat geluidstechnicus Jim (geen achternamen in deze schaduwwereld) er veel aandacht aan heeft besteed. Pink Floyd is op z’n best en de setlist is om van te watertanden.

    Met hoge verwachtingen start ik dan ook de quad-uitvoering van deze matrix. En die verwachtingen worden in het geheel niet teleurgesteld. Ondanks de hoge leeftijd van de gebruikte banden (55 jaar!) klinkt deze nieuwe bewerking fenomenaal. En het is meteen duidelijk waarom Pink Floyd in die dagen al een legendarische ‘live’ band was. Een geheel eigen, hypnotiserend geluid, dat helaas in de loop der decennia meer en meer ‘mainstream’ is geworden. De combinatie van de vier muzikanten, de vier ego’s zo men wil, leidde niet alleen tot schitterende muziekstukken, maar helaas ook tot onderlinge fricties. En onenigheid met het publiek. De ontlading van dat laatste – het spuugincident in Montréal 1977 – leidde de deconfiture van de band in. Het zou nooit meer zo worden als het was.

    Ons rest dit soort prachtige bewerkingen van aloude, prima opnames. En een jaloersmakende setlist.

    Een hommage aan gebundelde creativiteit. Een eerbetoon aan experimenteerdrift. En een bewijs dat improvisatiedrang en muzikale vaardigheid tot Olympische resultaten kunnen leiden.

    For the time being…