• Dreiging

    Het is met veel aplomb aangekondigd: de overheidsbrochure aangaande de noodsituaties die zich mogelijk op korte termijn kunnen voordoen. Gezien de globale spanningen en de onpeilbare acties van de van oudsher betrouwbare politieke partners kunnen zich wellicht binnenkort situaties voordoen waarbij de essentiële levensbehoeften in het geding komen. Daarbij moeten we blijkbaar denken aan geforceerde uitval van het elektriciteitsnet, gehackte systemen die verband houden met de watervoorziening en andere ongemakken waar we tot voor kort geen of weinig rekening mee hebben gehouden.

    Geen wonder dus dat Clara en ik de aankomst en aflevering van dat node gemiste boekwerkje met de nodige spanning en verhoogde hartslag afwachten. Eerlijk gezegd hadden we dat kostbare kleinood gezien het eminente belang dat er klaarblijkelijk aan wordt gehecht, gisteren al in de bus verwacht. Maar dat is, zeker ook gezien de besteldiscipline van Post.nl tegenwoordig nauwelijks realistisch.

    Ik realiseer me vanmorgen dat het gebrek aan informatie bij grote delen van de bevolking uiteraard koren op de molen van de potentiële vijand is. Al jaren wordt er vanuit het oosten hartstochtelijk geprobeerd het Westen te destabiliseren met nepinformatie, maar dit totale gebrek aan informatie, waar Nederland nu mee te maken heeft, is uiteraard voor hun doeleinden nog beter. Als ik dat aan Clara vertel, slaat de paniek onverbiddelijke toe. Elke dag dat de brochure te laat komt, is immers een extra gelegenheid voor allerlei subversieve acties en fnuikende sabotage. Daar word je, bij nader inzien, bepaald niet rustig van.

    En zo zitten we de rest van de dag vertwijfeld in onze woonkamer. In grote onzekerheid. Zijn onze computers inmiddels gehackt? Is het betalingsverkeer nog betrouwbaar? Werken de schaars beschikbare pinautomaten nog naar behoren? Is de nu om zich heen grijpende vogelgriep een gecoördineerde actie van de Russen? Of misschien van de Chinezen? Al eerder hebben we een desastreus virus uit Azië cadeau gekregen, dus een hernieuwde poging zou niet ondenkbaar zijn. Is het water uit de kraan nog zonder koken te nuttigen? Of is de zogenoemde ‘poepbacterie’ er door buitenlandse mogendheden aan toegevoegd, zodat Nederland straks massaal met buikgriepverschijnselen te kampen heeft? Kloppen de houdbaarheidsdata op de conservenblikken en ander voedingsmiddelen in werkelijkheid? Of zijn de algoritmes van de voedingsproducenten door big tech verstoord?

    We beginnen ons steeds ongeruster te maken. Zeker als we duidelijk een drone rond Groenestein horen. Zijn die schier ongrijpbare spionagetoestellen ook al tot ons park doorgedrongen? Ik overwin mijn angst, besluit het risico te nemen en waag me, gewapend met opa’s jachtbuks op het voorterrein. Na enkele tientallen voorzichtige stappen, ontdek ik de bron van dat doordringende gebrom; een buurman is druk in de weer met een elektrische graskantenknipper. Ik haal opgelucht adem en besluit gelijk om toch nog maar even in de brievenbus te kijken.

    Even later kan ik Clara geruststellen. De brochure is binnen. De kou is van de lucht. In detail staat vermeld hoe we ons moeten wapenen tegen de buitenlandse bedreigingen. Een goede zaak dat we ons daar individueel geen zorgen over hoeven te maken. Onze veiligheid is in goede handen. Er is voorhands geen enkele reden om daadwerkelijk ongerust te zijn.

    Bevrijd schenk ik twee dubbele wodka’s in en grijp de telefoon om de lokale Chinees te bellen. Ik bestel twee porties Koe Loe Yuk, Tjap Tjoy, Foe Yung Hai en flinke porties witte rijst. Wat kan ons immers gebeuren?

  • Verstand

    ’s Morgensvroeg, na het douchen, als ik me sta af te drogen, realiseer ik het me plotseling. Ik ben mijn verstand verloren. Onmiddellijk slaat de paniek toe. Haastig kijk ik om me heen: geen spoor te vinden. Ik haast me naar de slaapkamer. Niets te zien op het nachtkastje. En dus begin ik nerveus te zoeken onder het dekbed, onder de kussens en in de kasten.

    “Wat ben jij nou aan het doen?”, vraagt Clara verwonderd.
    Ik leg in enkele woorden uit wat er aan de hand is.
    “Hoe krijg je dat voor elkaar?”.
    Ze klinkt verwijtend.
    Dat weet ik natuurlijk ook niet. Het komt namelijk niet elke dag voor.
    “Geen idee”, zeg ik dan ook. “Ik was ‘m ineens kwijt. Gisteravond had ik ‘m nog”.
    “Denk eens logisch na”, luidt het advies.
    Ja, dat is natuurlijk een probleem, zo zonder verstand. Ik begin het langzamerhand warm te krijgen. Waar moet ik zoeken? Ben ik het zelf verloren, of is het moedwillig ontvreemd?
    Ik ren de trap af naar de woonkamer. Je weet het immers maar nooit. Voor ’t zelfde geld vergeet je zoiets op de salontafel. Helaas, niets te ontdekken.
    Met twee treden tegelijk storm ik de trap weer op.
    “Kom op, gebruik je verstand!”, moedig ik mezelf aan. Om direct te begrijpen dat dat moeilijk wordt.

    Vervolgens zijn we de hele morgen bezig met zoeken. En juist als we de moed zo’n beetje opgeven, ontdek ik iets bekends naast de televisie. Plotseling herinner ik me de talkshow van gisteren, waarin allerlei politici hun nietszeggende verhalen kwamen afsteken. Dat was dus het moment dat ik klaarblijkelijk mijn verstand niet meer nodig had en ‘m achteloos naast het toestel parkeerde.

    Blij dat ik m’n verstand terugvind. Maar ik ben dus gewaarschuwd.

  • Grip

    Het begon met kleine dingen. Een koffiekopje dat plotseling verplaatst bleek. Een geopende brief die een dag later ongeopend ergens anders weer opdook.

    In het begin besteedde hij daar weinig aandacht aan. Maar op een gegeven moment werd het meer dan uitsluitend lastig. Zijn auto stond op een andere plek dan waar hij hem had achtergelaten. De route naar zijn werk die plots gewijzigd was. Dergelijke ongemakken zorgden ervoor dat hij beter begon op te letten. En het werd duidelijk: er zat een scheur in de tijd.

    Waar de tijd normaal een vloeiend verloop kende, scheen nu het ene moment niet op het volgende aan te sluiten. Alsof er momenten ontbraken. Alsof er een dag ontbrak.

    Daar schrok hij enorm van. En de wetenschapper in hem zorgde ervoor dat hij de proef op de som ging nemen. Hij noteerde waar hij zijn auto parkeerde, maakte foto’s van de route naar werk en ruimde alles in huis volgens strak omlijnde plannen op. De resultaten waren onbevredigend. De locaties op de foto’s bleken niet met de realiteit van de volgende dag overeen te komen. De notities van de parkeerplekken klopte niet. En zijn huisraad leek een eigen leven te leiden. Toen begon hij zich te realiseren dat hij zijn grip op de werkelijkheid aan het verliezen was.

    De paniek sloeg toe.