• Niks

    Ineens schiet hij in mijn gedachten. Menno. Een vaag type die dichtbij mijn vriend Wout woonde gedurende de middelbare schoolperiode. Menno voetbalde wel eens met ons mee op het pleintje in de buurt. Hij kon er niet al te veel van, maar dat deerde hem blijkbaar niet. Eigenlijk kon niets hem veel interesseren

    Menno bleef vaag en dat gold eigenlijk voor het hele gezin. Als je daar aanbelde, wist nooit iemand of Menno thuis was. Niemand van de gezinsleden was ook maar een beetje geïnteresseerd in de andere huisgenoten. Mede daardoor bleef Menno een enigma. Het enige dat ons opviel was zijn onmatige drankgebruik als we eens samen naar de kroeg gingen. Een omen, zo later bleek.

    Later verloren we hem uit het oog. Via via hoorden we dat hij verslaafd en dakloos was geraakt. En dat de bevoegde instanties behoorlijk met hem in de maag zaten. Menno wilde niks. Niet afkicken, niet naar de woningstichting. Niks. Een aantal maanden daarna werd hij gevonden. Overdosis.

    Menno had het leven al opgegeven voordat het was begonnen.

  • Veiligheidsbril

    Breinen werken op onnavolgbare wijze. Ik lees in de krant een artikel over iets vaags in de chemie, en plots schakelen mijn hersenen door naar meneer Vriezen, de scheikundeleraar van de derde klas op de middelbare school. Ik had al snel in de gaten dat Scheikunde niet mijn favoriete vak zou worden. Maar helaas ontkwam ik er niet aan. Had ik maar niet de bètakant van het Athenaeum moeten kiezen. Zodra de kans zich voordeed, heb ik dat vak laten vallen. Ten faveure van Duits; ik verkoos Heine en Musil boven koolstofverbindingen.

    Terug naar meneer Vriezen. Die had de nare eigenschap om leerlingen compleet voor schut te zetten. Voor de klas nog wel. We broedden op wraak. Die gelegenheid deed zich voor toen hij een woest chemisch experiment demonstreerde. De onontkoombare veiligheidsvoorschriften dicteerden het gebruik van een speciale bril. Na afloop van de proef vervolgde meneer Vriezen zijn betoog. Met veiligheidsbril. Het bleef angstvallig stil. Het zou toch niet?

    Meneer Vriezen scheen de bril vergeten te zijn. Na afloop van de les, griste hij z’n jas van de kapstok, groette conciërge Weber op de gang, pakte zijn fiets en peddelde huiswaarts. Wij stikten van de lach.

    Pas later realiseerde ik me dat Weber een bloedhekel aan hem moet hebben gehad. Ook volwassenen kunnen kinderlijk plezier hebben.