Hoorde gisteravond op de radio de aftiteling van ‘Met Het Oog Op Morgen’, met het bekende lied ‘Gute Nacht, Freunde’ van Reinhard Mey. Een fraai lied, dat moet gezegd, maar dat feit weerhoudt menig presentator van dit programma er niet van uitvoerig door de zang en gitaarklanken van Mey heen te tetteren. Typisch geval van grenzeloze zelfoverschatting van mensen die maar wat in een microfoon boeren en stug volhouden dat zulks een heus vak is.
Hoe het ook zij, de klanken van Mey deden mij denken aan ‘Mei’ en dus aan Herman Gorter. Een welopgeleide zoon van dominees die zich geheel bekeerde tot het communisme. Een ommezwaai die helaas funest bleek voor het overgrote deel van zijn poëtische werk. Elk gedicht kwam in het teken van de klassenstrijd te staan, ten koste van het dichterlijke inlevingsvermogen dat hij wel degelijk had. Wat bijvoorbeeld te denken van:
‘De stille weg
de maannachtlichte weg –
de bomen
de zo stil oudgeworden bomen –
het water
het zachtbespannen tevreeë water.
En daarachter in ’t ver de neergezonken hemel
Met ’t sterrengefemel.
Herman Gorter
Fraai, zonder meer. Echter ook hopeloos oubollig, zoals blijkt uit ‘tevreeë’ en wat te denken van ‘gefemel’? Een synoniem van ‘gevlei’ dat geheel in onbruik is geraakt.
Toch heeft het gedicht een herkenbaar geluid. Weliswaar geen ‘nieuw geluid’, zoals ‘Mei’ wil suggereren, maar toch. Gorter is nu compleet vergeten, en dat is niet terecht. De Nederlandse Keats heeft beter verdiend.
