• Speelbal

    ’s Nachts zit Rutte in mijn werkkamer. Hij ziet er oud, afgeleefd, ongelukkig, en gespannen uit. Hoe hij in de vredesnaam in mijn werkvertrek terecht is gekomen, blijft een raadsel. En dat, terwijl we toch in een geavanceerd, en daardoor natuurlijk prijzig, alarmsysteem hebben geïnvesteerd. Dat heeft hij nooit kunnen en mogen omzeilen. De conclusie ligt dus al snel voor de hand: ik droom.

    Dat weerhoudt me er overigens niet van een heus gesprek met hem aan te knopen.
    “Mark, wat brengt jou naar Groenestein? Da’s toch een hele rit vanuit Brussel?”, doe ik mijn openingszet.
    “Groningen is inderdaad niet naast de deur”, erkent hij. “Maar ik moest je even spreken. Ik voel me namelijk erg ongelukkig in m’n nieuwe job”.
    “Die indruk wek je overigens niet”, weerleg ik. “Het lijkt wel een jofel baantje voor jou”.
    “Dat is het in wezen ook”, doet hij uit de doeken. “Maar ik heb voortdurend te maken met misleidende kretologie, sturend populisme, hele en halve leugens en ego’s ter grootte van een flinke alp”.
    “Helaas heb je zelf flink meegewerkt aan die ontwikkeling”, help ik hem herinneren. “Ik heb je in 2006 al gewaarschuwd voor die zorgwekkende trend in politiek en maatschappij. Daar heb je je niets van aangetrokken. En nu zitten we allemaal met de gebakken peren”.
    “Ik? Meegewerkt aan die trend?”, houdt hij zich van de domme.
    “Kom, Mark, laten we er niet omheen draaien”, zet ik hem streng op het juiste spoor. “Wat te denken van ‘geen actieve herinnering’? Wat was dat voor doorzichtige leugen? En € 1.000,- voor alle hardwerkende Nederlanders? Allemaal kreten en beloften die je nooit hebt waargemaakt. En die je ook niet van plan was waar te maken. Allemaal egoïstische retoriek om jezelf en de partij op een bedenkelijke manier op het schild te hijsen. Je bent een van de architecten van dat soort ‘klets-maar-raak’ strategieën”.
    “Klopt helemaal”, trekt hij het boetekleed aan. “Ik had beter moeten luisteren. Maar gedane zaken nemen geen keer. De vraag is wat we nu moeten doen?”.
    “Die geest krijgen we nooit meer in de fles”, concludeer ik. “Dus jij zult je weg moeten vinden in de slangenkuil van patjepeeërs en non-valeurs”.
    “Dat betekent dus nog jaren slijmen en bruine armen halen”, vat hij geschrokken samen.
    “Ik vrees het wel, Mark”, onderschrijf ik zijn conclusie. “Je bent een speelbal geworden. Een speelbal van politici zoals jij er zelf een was. Je hebt je eigen ellende mede gecreëerd”.

    Hij zucht en staart een ogenblik voor zich uit.
    “Het is niet anders”, klinkt het licht wanhopig. “Dan ga ik maar op dezelfde voet verder. Wat een triest gedoe”.
    Hij oogt lusteloos en vermoeid. De tijd lijkt eindelijk vat op hem te hebben gekregen.
    “Het ga je goed, Mark”, zeg ik tot afscheid.
    Hij verdwijnt door de deur naar de gang. Als ik even later dezelfde deur open, is er niets meer te zien. Alsof hij is opgelost in een rookvlaag.

    ’s Ochtends word ik verkwikt wakker. Ik voel me fris en uitgeslapen. Carpe diem.

  • Nieuwe generatie

    Ik ben aan het rommelen in de bibliotheek en stuit bij toeval op een archiefdoos vol magazines. Het blijkt de complete verzameling van Liber, het ledenblad van de VVD te zijn. De partij verkeerde destijds (2006) in mineur, met een desastreuze machtsstrijd tussen Mark Rutte en Rita Verdonk als schrijnend dieptepunt. Gevolg: een vernietigende verkiezingsuitslag.

    In klein comité is vervolgens besloten dat het roer om moest. En daarvoor werd een commissie van deskundigen en wijsneuzen samengesteld, die na rijp beraad met een plan van aanpak diende te komen. Ik was een van die commissieleden.

    Diverse herbronningsbijeenkomsten en talloze besloten vergaderingen naderhand hebben we een strategie vastgesteld. Een frisse wind diende te gaan waaien; de partij moest af van het imago van driedelig grijs en parelkettingen. Om dat, ook binnen eigen gelederen, kracht bij te zetten, heb ik diverse aanstormende talenten en potentiële nieuwe leiders geïnterviewd en deze gepubliceerd. Een nieuwe generatie liberalen diende zich aan. Gevolg: de hele partij werd opgeschud en de VVD werd in 2010 de grootste partij. Dat succes vervult me nog altijd met veel plezier.

    Van de gesuggereerde vernieuwing kwam overigens weinig terecht. Als mijn geheugen me niet bedriegt, is slechts een tweetal van de met veel bombarie op het schild gehesen talenten, daadwerkelijk tot een van de Kamers doorgedrongen. De oudere garde bleek iets teveel aan het pluche gelijmd.