• Weerloos

    Het schrijven van een biografie is soms een uitdagende taak. Zeker als het onderwerp een redelijk bekend persoon of een groep personen is. Een onderwerp waarover dus al heel veel bekend is en waarbij je het gevaar loopt in herhalingen te vervallen. Het streven naar originaliteit komt in die situaties sterk onder druk te staan. En juist dat is in feite de enige rechtvaardiging van het onderhanden zijnde werk: originaliteit.

    Het verhaal van Pink Floyd is misschien bij het grote publiek slechts gedeeltelijk bekend, maar in de ‘inner circle’, waartoe ik ook mezelf reken, is het allemaal gesneden koek. En dus is de vraag welke van de open deuren tóch ingetrapt moeten worden, en welke details werkelijk te klein zijn voor een ‘mainstream’ biografie.

    Ik heb die vragen voorlopig maar even terzijde gelegd en ben ‘gewoon’ begonnen. Tot tevredenheid van de uitgever, gelukkig maar. En dus ploeter ik dagelijks voort. Schrijven is handwerk, dat blijkt maar weer. Meer transpiratie dan inspiratie, zoals kon worden verwacht.

    Het schrijven van een dergelijke biografie brengt ook weer zeer merkwaardige toevalligheden naar boven. Wat immers te denken van de verschijning van Syd Barrett in EMI Studio’s, juist op het moment dat ‘Wish You Were Here’ wordt afgerond. Een in alle opzichten dramatische gebeurtenis. Syd, eind jaren zestig al mentaal onherkenbaar veranderd, bleek bij deze gelegenheid ook fysiek totaal anders. De voormalige charismatische frontman was een corpulente, kale ‘Madcap’ geworden; onvoorspelbaar, onbegrijpelijk, ondoorgrondelijk. Geen wonder dat de overige bandleden tot tranen geroerd waren.

    Met dat in het achterhoofd, krijgt de poëtische tekst die Roger Waters eerder schreef, een totaal andere en veel diepere lading. Een songtekst, die in menig dichtbundel in het geheel niet zou misstaan:

    Een nostalgische wanhoopskreet. Een pijnlijk verlangen naar betere tijden. Het niet accepteren van het onvermijdelijke. Het vermalen genie. Alles van waarde bleek ook deze keer weer hopeloos weerloos.

  • Passend antwoord

    Inspiratie. Een moeilijk begrip dat al generaties dichters en schrijvers bezig heeft gehouden. Want waar precies praten we over? Is het een goddelijke lichtflits die ons tot brille brengt? Of is het een toevallige connectie tussen de contactpunten van ons neurale netwerk? Of is het allemaal onzin en vinden we bij toeval de juiste combinatie van woorden?

    En om een en ander nog meer te compliceren: wat is de rol van een muze in deze? Wat is überhaupt een muze? Een geliefde? Of een onbereikbare? De oude Grieken hadden zoals altijd een passend antwoord: een god of halfgod die deze taak op zich had genomen. Zo kom je overal mee weg.

    Hoewel sommige schrijvers zich totaal niet om de kwestie bekommeren, maken andere zich diepe gedachten.

    Ook de grote Gerrit vroeg zich wel eens af hoe het allemaal tot stand kwam. Een passend antwoord vond hij echter niet. Dat is er wellicht ook niet. Misschien moeten we dat simpelweg accepteren. Dichten en schrijven moet je doen. Al helpt het enorm als je lenig met woorden bent.

    Dat staat dan wel weer vast.