• Stille strijd

    Gedichten zijn er in soorten en maten. Het grappige aan die voor de hand liggende vaststelling is dat die ‘maten’ er niets toe doen; en dat er slechts twee ‘soorten’ zijn: goede en slechte. ‘Size doesn’t matter; quality does’.

    Dat geldt zeker ook voor het volgende vers:

    Een treffend bewijs dat niet iedereen dezelfde logica hoeft te hanteren. Niemand is verplicht te antwoorden en wie zwijgt, stemt zeker niet altijd toe. Bevelen worden stilzwijgend genegeerd en niet automatisch opgevolgd. Sociale mores blijken niet voor iedereen in gelijke mate te gelden.

    In die zin is dit gedicht een oproep tot verzet, tot stille strijd. En tot begrip voor mensen die wellicht andere denkwijzen hanteren dan de gangbare. De sterkste heeft niet altijd gelijk, al kan hij proberen dat gelijk door te drukken. Zwijgzaamheid van de wederpartij is dan geen bewijs van overwinning, maar van misplaatste zegeroes.

    Dit gedicht zou eigenlijk een van de ruim bemeten wanden van de nieuw te bouwen balzaal van het Witte Huis kunnen sieren. In goud, uiteraard, want spreken is slechts zilver.

  • Vergeten genie

    Hoe sommige gedachtesprongen tot stand komen, is me na al die jaren nog steeds een groot raadsel. Associaties, verbindingen, ‘stepping-stones’, het zijn onbegrijpelijke puzzels van het brein. Puzzels, geheimen, raadsels die al honderden jaren wetenschappelijk proberen te verklaren, maar die nog altijd in nevelen gehuld blijven.

    Soms valt er een lijn te ontdekken. Een lijn die in ieder geval de schijn van een academische toets zou kunnen doorstaan. In veel gevallen blijkt dat echter een handige vorm van ‘hineininterpretieren’ te zijn. Kortom, ‘wishful thinking’, geen wetenschappelijk onderbouwd bewijs.

    Neem de volgende hink-stap-sprong: gisteren noteerde ik over de donkere depressie die me decennia geleden overviel. Een duistere periode die ik eigenlijk door een loterij overleefd heb; reden waarom ik heel alert ben geweest in de navolgende sombere periodes. Die herinnering bracht me naar de oorzaak van de ellende en dus automatisch ook naar de bron van persoonlijk geluk. Want die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat persoonlijk geluk heeft voor mij een plek en een naam: Skrinkle Beach in Wales. Dat nietige strandje stond en staat symbool voor het grootste geluk dat mij ten deel is gevallen: Clara. Dat strandje linkt mijn gedachten aan ons zomerhuisje in Laugharne, op steenworp afstand van het schrijfhuisje van Dylan Thomas. En dus schieten mij zijn beroemdste dichtregels te binnen: ‘Rage, rage against the dying of the light’. Een regel die je bij de strot grijpt; een greep die niet weer loslaat. Maar om het gedicht, en ook de dichter, recht te doen, moet het volledig worden geciteerd.

    Dylan Thomas. Een eigenlijk vergeten dichter. En een vergeten, maar schitterend gedicht in een praktisch vergeten dichtvorm: de villanelle. Maar tevens een dichter en een gedicht die dit bescheiden eerbetoon verdienen. Misschien treffend dat de herinnering aan mijn eigen depressiviteit dat eerbetoon oproept. Als niet-wetenschappelijk bewijs dat negatieve energie op onnavolgbare wijze kan worden omgezet in positieve creativiteit.

    Geni anghofiedig. Yn anffodus.

  • Herfst

    De herfst is nooit mijn favoriete jaargetijde geweest. Mijn hele leven lang heb ik een afkeer gehad van die natte, kille, mistige maanden in aanloop tot de doodse winter. Herfst staat voor verval, neerslachtigheid, depressie; negatieve emoties waar ik altijd gevoelig voor ben geweest. Niet dat ik bij het vallen der bladeren direct op zoek ga naar een eind touw, maar echt vrolijk word ik er allemaal niet van. Herfst staat synoniem voor natgeregende broeken op weg naar school, verkleumde handen na een voetbalwedstrijd en grauwe, kleurloze namiddagen die de energie uit je wegslurpen.

    De ‘minor poet’ C. Buddingh’ wist het heel aardig onder woorden te brengen.

    Een typisch Buddingh’-gedicht. Altijd met het verval en de onvermijdelijke dood als thema. En altijd met onderkoelde humor. ‘Tongue-in-cheek’ vanuit Dordt. Er valt wat te lachen, maar helaas niet al te lang.

  • Zwaarte

    Ik sla de bijlage ‘Tijdgeest’ van Trouw open en lees het gedicht van de week. Ditmaal van de hand van Ineke Riem. De lichtvoetige titel ‘101 knutselideeën’ doet flauwe meligheid zoals ‘Creatief met kurk’ vermoeden, maar dat pakt totaal anders uit. Riem schrijft openlijk over de ‘grote’ gevoelens die ons allemaal wel ergens in ons leven overvallen. Zonder de gebruikte woorden overigens de voor de hand liggende zwaarte mee te geven. Integendeel, ze omzeilt die zwaarte door deze om te zetten in alledaagse knutselwerkjes.

    Zowel Clara als ik hebben op enig moment te maken gehad met depressies en gevoelens van uitzichtloosheid. En we weten allebei dat dergelijke negatieve emoties uitsluitend bestreden kunnen worden als je de relativiteit ervan leert in te zien. Als je die gevoelens ‘licht’ maakt. Mede daarom raken me de woorden opvallend.

    Het gedicht klinkt overigens ook als een parafrase op sommige zelfhulptheorieën, die al te luchtig kunnen doen over daadwerkelijk fundamentele mentale problemen. Problemen die moeilijk of onmogelijk in woorden zijn te vertalen. Misschien dat klei, gips en wc-rollen dan uitkomst kunnen bieden.

  • Fatsoen [2]

    Johanna en Matthew zijn dit weekend op visite. Gisteren gearriveerd en vandaag zullen ze terugreizen naar Engeland. Uitermate gezellig. We prijzen ons vanzelfsprekend zeer gelukkig dat het hen zo voor de wind gaat.

    Gisteravond, na de koffie, kwam het gesprek, na enige onnavolgbare wendingen, op de commotie die hier te lande is ontstaan na de gewelddadige dood van het 17-jarige meisje Lisa uit Abcoude. In de nacht van 19 op 20 augustus werd zij om het leven gebracht door een 22-jarige man die op een locatie van het COA verbleef. Een asielzoeker dus.

    Gevolg: een heisa van hier tot ginder. Iedereen bleek zwaar verontwaardigd, overigens om tal van uiteenlopende redenen. Rechts Nederland greep dit misdrijf aan om de aandacht maar weer eens te vestigen op de achterliggende asielproblematiek. Een weinig kiese manier om politiek je zin door te drukken, overigens.

    Er ontstond vrijwel direct een beweging die zich beijvert voor het ‘veilig thuiskomen van vrouwen en meisjes’. Een loffelijk streven. Woordvoersters van die beweging maakten in interviews duidelijk welke overwegingen vrouwen moeten maken als ze een avondje uit willen gaan. Dat ze voortdurend hun routes moeten plannen. Dat ze voortdurend op hun hoede moeten zijn.
    Tijdens het gesprek hier, bleek dat ook Clara en Johanna dit soort beklemmende situaties kennen. Matthew niet. En ik, eerlijk gezegd, ook niet. Uiteraard heb ik door Clara’s werk meermalen kennis genomen van die stuitende ongelijkheid, maar iedere keer brengen dergelijke walgelijke feiten me tot razernij. Weg gelijkheid van seksen. Nog steeds een illusie. En ook nog steeds iets om je ongelooflijk druk over te maken. Een schandvlek voor een beschaafd land.

    Vanmorgen moest ik plotseling denken aan een gedicht van Babs Gons, dat recent in ‘Trouw’ werd besproken:

    Een gedicht als een vuistslag in je gezicht.
    Een gedicht dat je even doet wankelen in de touwen.
    Een gedicht dat je het schaamrood op de kaken jaagt.
    Een gedicht dat je doet walgen omdat je een man bent.

    Een gedicht dat nooit geschreven had mogen worden.