Ik krijg een artikel onder ogen, waarin onomwonden wordt gesteld dat het sonnet, ook ten tijde van de Grote Bard, een achterhaalde versvorm was. Een boude bewering, en het is dan ook zeer de vraag of er enige waarheid in schuilt. In Elizabethaans Engeland deed het sonnet, meer specifiek het Shakespeareaans sonnet, zeker nog opgeld. Het kenmerkende aan deze variant is het afwijkende couplettenschema: 4-4-4-2 in plaats van de traditionele 4-4-3-3. En uiteraard het daarmee verbonden rijmschema: ababa-cdcd-efef-gg. Een strak poëtisch korset, dat echter toch meer ruimte biedt voor lenig taalgebruik dan de orthodoxe variant.
De grote William wist er in ieder geval wel raad mee. En dat manifesteerde zich direct al bij Sonnet 1.
From fairest creatures we desire increase, That thereby beauty’s rose might never die, But as the riper should by time decease, His tender heir might bear his memory;
But thou, contracted to thine own bright eyes, Feed’st thy light’s flame with self-substantial fuel, Making a famine where abundance lies, Thyself thy foe, to thy sweet self too cruel.
Thou that art now the world’s fresh ornament And only herald to the gaudy spring, Within thine own bud buriest thy content, And, tender churl, mak’st waste in niggarding.
Pity the world, or else this glutton be, To eat the world’s due, by the grave and thee.
William Shakespeare – ‘Sonnet 1’
Als je zo kunt dichten, wat zul je dan malen om welke versvorm er wordt gebruikt. ‘The Swan’ had er in ieder geval geen boodschap aan. En terecht.
Johanna en Matthew zijn dit weekend op visite. Gisteren gearriveerd en vandaag zullen ze terugreizen naar Engeland. Uitermate gezellig. We prijzen ons vanzelfsprekend zeer gelukkig dat het hen zo voor de wind gaat.
Gisteravond, na de koffie, kwam het gesprek, na enige onnavolgbare wendingen, op de commotie die hier te lande is ontstaan na de gewelddadige dood van het 17-jarige meisje Lisa uit Abcoude. In de nacht van 19 op 20 augustus werd zij om het leven gebracht door een 22-jarige man die op een locatie van het COA verbleef. Een asielzoeker dus.
Gevolg: een heisa van hier tot ginder. Iedereen bleek zwaar verontwaardigd, overigens om tal van uiteenlopende redenen. Rechts Nederland greep dit misdrijf aan om de aandacht maar weer eens te vestigen op de achterliggende asielproblematiek. Een weinig kiese manier om politiek je zin door te drukken, overigens.
Er ontstond vrijwel direct een beweging die zich beijvert voor het ‘veilig thuiskomen van vrouwen en meisjes’. Een loffelijk streven. Woordvoersters van die beweging maakten in interviews duidelijk welke overwegingen vrouwen moeten maken als ze een avondje uit willen gaan. Dat ze voortdurend hun routes moeten plannen. Dat ze voortdurend op hun hoede moeten zijn. Tijdens het gesprek hier, bleek dat ook Clara en Johanna dit soort beklemmende situaties kennen. Matthew niet. En ik, eerlijk gezegd, ook niet. Uiteraard heb ik door Clara’s werk meermalen kennis genomen van die stuitende ongelijkheid, maar iedere keer brengen dergelijke walgelijke feiten me tot razernij. Weg gelijkheid van seksen. Nog steeds een illusie. En ook nog steeds iets om je ongelooflijk druk over te maken. Een schandvlek voor een beschaafd land.
Vanmorgen moest ik plotseling denken aan een gedicht van Babs Gons, dat recent in ‘Trouw’ werd besproken:
als je nooit in haar schoenen hebt gelopen nooit met je sleutels tussen je vingers door het donker hebt gefietst een hoodie extra large over je jurk hebt aangetrokken je hakken voor sneakers verwisseld om zo hard mogelijk door de nacht naar huis te trappen
als je nooit in haar schoenen hebt gelopen niet weet hoe uitputtend het is om ogen en oren over je hele lichaam te dragen de haren in je nek als alarmbellen je te laten vertellen wanneer je moet maken dat je wegkomt je altijd in je hoofd aan het rekenen bent hoe laat je waar aankomt wanneer je moet vertrekken en of je dan nog net op tijd niet hardlopen in het donker niet via het park groepjes vermijden nooit je drankje uit het oog verliezen
als je nooit in haar schoenen hebt gelopen niet weet hoe het is om oogcontact te vermijden, te doen alsof je belt stoerder te gaan lopen een busje haarlak in je mouw te dragen via winkelruiten in de gaten te houden wie er achter je loopt een omweg te maken zodat je achtervolger niet ziet waar je woont om dan soms het grootste gevaar in je eigen huis te treffen
het zijn toch vaak bekenden
als je nooit in haar schoenen hebt gestaan hoe gevoel niet kent geen adem meer te kunnen halen omdat iemand opeens een deur in het slot draait de taxi onverwachts afslaat
als je niet weet hoe het is om in haar schoenen te staan niet weet hoe het voelt niet gehoord, niet geloofd niet geholpen te worden om de volgende ochtend gewoon weer een nieuwe dag te beginnen de verse wonden de schade onzichtbaar onder je kleding, je huid vanachter een glimlach de dag zien door te komen
vertel dan nooit wat zij moet doen wat zij moet dragen dat ze moet baren en hoe zich te gedragen
hoe te bewegen wanneer te spreken hoe ze haar lichaam hoe ze haar leven
maar leer de wereld van haar houden zo hard dat ze nooit meer achterom hoeft te kijken zo hard dat ze mag dansen wanneer ze wil gaan waar ze wil laat de wereld nu eens beginnen hartgrondig van haar te houden
Babs Gons – ‘als je nooit in haar schoenen hebt gelopen’
Een gedicht als een vuistslag in je gezicht. Een gedicht dat je even doet wankelen in de touwen. Een gedicht dat je het schaamrood op de kaken jaagt. Een gedicht dat je doet walgen omdat je een man bent.
Een gedicht dat nooit geschreven had mogen worden.
Hoewel ik in de achterliggende decennia talloze reizen naar verre bestemmingen heb gemaakt, ben ik toch het liefste thuis. Zeker, veel van die bestemmingen heb ik met veel plezier en genoegen bezocht. Praag, Sint-Petersburg, Vale do Lobo, Parijs, Berlijn, Helsinki, Kaapstad… het is een behoorlijke reeks namen van steden. Stuk voor stuk met hun eigen charmes. En dan heb ik het nog niet eens over de uitgesproken exotische oorden en landen, die ik in het kader van mijn werk heb bekeken. Meestal als bijprogramma van een wetenschappelijk congres of een aanlokkelijk bijproduct van een universitaire lezing. Schitterende ervaringen. Maar altijd met de eenzaamheid van een bevreemdende hotelkamer. En dus was ik altijd blij wanneer ik weer de eigen voordeur achter me dichtsloeg en de vertrouwde woonkamer kon opzoeken. Globetrotter en kluizenaar ineen.
Dat aspect van kluizenaar is de laatste jaren sterker geworden. Nu het beroepshalve allemaal niet zo nodig meer hoeft, ben ik het liefst ‘rundum Hause’. Natuurlijk reizen we af en toen nog naar Engeland, naar de kinderen. Maar dat is uiteraard ook een vorm van thuiskomen; we hebben lang genoeg in dat fraaie land gewoond. Voor de rest blijft onze reislust beperkt tot Nederland.
Die reisbeperking doet me ineens denken aan de dichter Berend Lasseur. Een lineair omgekeerde situatie. Door chronische ziekte (MS), was hij aan huis gebonden, wat zijn poëtische productie overigens bepaald ten goede kwam. Hij probeerde het gevoel van beperking, van gebondenheid, van eenzaamheid onder woorden te brengen. Helaas bleek hij geen groot talent te hebben. De Arbeiderspers gaf zijn enige bundel uit. Meer uit medelijden, dan om redenen van kwaliteit, gaf directeur Theo Sontrop later toe. Een slechte motivatie. Het bleef dan ook terecht bij die ene bundel: ‘Wie wat bewaart heeft wat’. Lasseur stierf een jaar later.
deel een
eenzaamheid is een twijfelaar waarin één jongeman -wie dan ook- ligt te denken aan een jonge vrouw: heimwee naar een gewoon eenpersoonsbed met twee personen erin
deeltje twee
of: eenzaamheid is een tweepersoonsbed met één inliggende te weinig
deel drie
of: een droom van jaren her die plotseling waarheid wordt het huis afgebrand de hele familie vergaan alleen mijn leven gaat nog door (wegens enorm sukses geprolongeerd) kop op vent! er zijn toch wel andere dingen om over te dromen!
deel vier
of: eenzaamheid is een opklapbed waarin ik lig de banden spannen om min lichaam (benen buik en hals) ik neem weinig ruimte in beslag ze hebben me tegen de muur geklapt mijn enige gezelschap vormen de bloemen van het lang verschoten behang
Berend Lasseur – ‘eenzaamheid; een begripsbepaling in vier delen’
Als het allemaal niet zo treurig was, zou je gaan lachen.
We kijken naar de Britse detectiveserie ‘Dalgliesh’, die zich afspeelt ongeveer aan het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Zo rond de periode dat we beiden een de universiteit studeerden. Natuurlijk, het speelt in Engeland, waar de tijd af en toe een stuk langzamer lijkt te gaan dan in andere delen van de wereld. Maar toch, wat een verschil met de gejaagdheid, het moordende tempo van tegenwoordig.
Geen smartphones, geen internet, geen voortdurende social media en ander opdringerig gehijg. De tijd was simpeler in die dagen, alhoewel het ‘realisme’ van Lubbers en Thatcher al opdoemde. Soms kan ik hartstochtelijk terugverlangen naar die dagen toen alles nog beheersbaar en overzichtelijk leek. En zorgeloos. Aan de andere kant: het was natuurlijk allemaal schijn. De ellende was net zo groot als nu. We wisten het alleen niet.
Voetbal is toch echt een onvoorspelbare sport. We hebben in de afgelopen weken redelijk intensief het verloop van de EK voor vrouwen gevolgd. Voor Nederland een schier kansloze missie, nadat we tegen Engeland met 4-0 compleet van het veld werden geveegd. Dat was overigens zo’n beetje de enige redelijk goede wedstrijd van de regerende kampioen, want gedurende de rest van het toernooi leek het allemaal naar niks. Doelpunten in de laatste minuut, verlengingen, penaltyseries met absurd veel missers. Allemaal heel vermakelijk, maar niets van doen met goed voetbal.
Mede naar aanleiding daarvan is er een storm van kritiek losgebarsten over het vrouwenvoetbal. Advocaat Job Knoester vergeleek de wedstrijden in ‘Vandaag Inside’, de talkshow die uitblinkt door genuanceerde opinies, met jongensvoetbal onder de 14 jaar. De rapen waren meteen gaar. Niemand die zich afvraagt welke deskundigheid Knoester op dit terrein meebrengt. Iedereen vol op het orgel.
Natuurlijk valt het vrouwenvoetbal niet te vergelijken met jongens-, laat staan mannenvoetbal. Daarvoor ontberen vrouwen kracht, lengte en snelheid. Vrouwenvoetbal moet haar eigen kracht gaan ontdekken, zoals bijvoorbeeld vrouwenhockey dat ook heeft gedaan. Voorbarige, ondeskundige kritiek helpt daarbij niet. Een onbevangen analyse des te meer. Maar het succes van het moment is tegenwoordig heilig op de televisie. Kwaliteit van inbreng veel minder.
Ondanks het matige voetbal haalde Engeland op de boven beschreven manier de finale. Tegen de torenhoge favoriet Spanje. En jawel, een goal tegen de verhouding in, verlengingen, penalty’s met wederom veel missers en Engeland is de oude en nieuwe kampioen.
Hetgeen op zich ook een prestatie is.
Heel Engeland geraakt vervolgens in euforie. Vergeten is alle ellende van de Brexit, de schrijnende armoede en de deplorabele toestand van de nationale zorg. Mensen staan juichend op straat en de pubs draaien overuren.
De Romeinen wisten het al: geeft het volk brood en spelen. In de moderne tijd is dat verworden tot een nieuwe variant: spelen. Voor het brood moeten ze zelf maar zorgen.