• Diepe kras

    Af en toe kunnen schaduwen uit het verleden je plots compleet overvallen. Zaken, voorvallen, gebeurtenissen, emoties waarvan je denkt, je hoopte dat je ze op een veilige plek had weggeborgen. Dat je ze verwerkt had. Dat ze weliswaar tot je verleden behoren, maar dat de negatieve, ingrijpende implicaties in gesloten kluizen zijn weggestopt. Maar diezelfde voorvallen en gebeurtenissen blijken onverwacht dicht aan de oppervlakte te liggen. Slechts een flinterdun velletje blijkt over die diepe wonden te zijn gegroeid. Het littekenweefsel is soms pijnlijker dan de herinnering aan de oorspronkelijke wond.

    Deze week overviel me de herinnering aan mijn diepste depressie, decennia geleden. Clara en ik spraken over iets totaal anders, maar op de een of andere manier maakte mijn brein een connectie met die vermaledijde periode in mijn leven, met als absolute dieptepunt een radicale keuze bij een onbewaakte overweg. Met als gevolg dat ik meteen vol schoot, zeer tot verbazing en verbijstering van Clara. Uiteraard was de uitleg snel verschaft en de link snel gelegd, maar tot een heuse verklaring van mijn plotselinge emoties konden we niet komen. Die is er wellicht ook niet.

    Een diepe kras. De realisatie dat alles waar je om geeft in je leven plotseling ondergeschikt raakt aan je wanhoop. Dat alles wat je bestaan verrijkt, wat het waardevol en leefbaar maakt, er opeens niet meer toe doet. En dat alles daarna afhangt van een onbegrijpelijk rationele keuze: rechts of links, kop of munt, zwart of wit, nul of een. Alsof alles wat ons tot mensen maakt, geheel is verdwenen. Alsof we geen mensen meer zijn. Dat is misschien nog wel het meest verontrustende. Dat alle nuance uit je leven is verdwenen.

  • Zwaarte

    Ik sla de bijlage ‘Tijdgeest’ van Trouw open en lees het gedicht van de week. Ditmaal van de hand van Ineke Riem. De lichtvoetige titel ‘101 knutselideeën’ doet flauwe meligheid zoals ‘Creatief met kurk’ vermoeden, maar dat pakt totaal anders uit. Riem schrijft openlijk over de ‘grote’ gevoelens die ons allemaal wel ergens in ons leven overvallen. Zonder de gebruikte woorden overigens de voor de hand liggende zwaarte mee te geven. Integendeel, ze omzeilt die zwaarte door deze om te zetten in alledaagse knutselwerkjes.

    Zowel Clara als ik hebben op enig moment te maken gehad met depressies en gevoelens van uitzichtloosheid. En we weten allebei dat dergelijke negatieve emoties uitsluitend bestreden kunnen worden als je de relativiteit ervan leert in te zien. Als je die gevoelens ‘licht’ maakt. Mede daarom raken me de woorden opvallend.

    Het gedicht klinkt overigens ook als een parafrase op sommige zelfhulptheorieën, die al te luchtig kunnen doen over daadwerkelijk fundamentele mentale problemen. Problemen die moeilijk of onmogelijk in woorden zijn te vertalen. Misschien dat klei, gips en wc-rollen dan uitkomst kunnen bieden.