• Gladheid

    Groenestein tooit andermaal wit. Het noordoosten van Nederland heeft te maken met wat hardnekkig nagepruttel van de winter. Met als gevolg dat auto’s in sloten belanden en fietsers op de Eerste Hulp. Het lijkt erop dat het concept ‘winterse gladheid’ maar moeilijk tot het bewustzijn kan doordringen. Haast en gejaagdheid worden blijkbaar niet ingetoomd door de realiteit van ijzel en opvriezende wegen. Alsof de opwarming van de aarde nu al een permanente plek in ons collectieve denken heeft verworven.

    Misschien dat ze daar in de VS ondertussen anders over zijn gaan denken. Grote delen van dat land hebben te maken met bittere kou, sneeuwbuien en andere extreme winterse ellende. Het kwik is op sommige plaatsen gedaald tot -30 °C en de stroom is op vele plekken uitgevallen. Ik neem zo maar aan dat ze daar de winter weer volkomen serieus nemen.

    Maar aan de andere kant: klimaatsceptici zullen dit allemaal aangrijpen om de temperatuurstijging nog maar eens te ontkennen. We zullen moeten leven met het feit dat het brein bij dergelijke lieden te maken heeft met permafrost. Dat valt allemaal niet te ontdooien tot redelijkheid.

  • Problemen

    Gedachten zijn niet onder controle te houden, dat blijkt maar weer. Het is Eerste Kerstdag en om de een of andere duistere reden moet ik ineens aan Gerrit Achterberg denken. Een waarlijk groots dichter, maar als mens iemand die we moeilijk als ‘brenger van het licht’ kunnen kwalificeren. Een man met behoorlijke geestelijke problemen, die bovendien moeilijk van de fles af kon blijven. Tel daarbij op een voorkeur voor jonge vrouwen, meisjes eigenlijk, en je hebt een panklaar recept voor een hoop ellende.

    Wat dan ook onvermijdelijk gebeurde. Op 15 december 1937 vergreep hij zich aan de dochter van zijn hospita. De moeder wist een en ander te voorkomen, maar werd vervolgens door Achterberg doodgeschoten. Gevolg: een langdurige gevangenisstraf en tbs. Pas in 1955 kwam hij weer helemaal vrij.

    Achterberg had een merkwaardige verbinding met vrouwen en de dood, zoals wel blijkt uit het volgende gedicht:

    Een vers, dat overduidelijk tijdens een van zijn opnames in een psychiatrische inrichting tot stand is gekomen.

    Achterberg trouwde in 1946 – dus tijdens zijn tbs – met jeugdvriendin Cathrien van Baak, een NSB-er en ex-minnares van een SS-er. Twee mensen die ongetwijfeld de nodige schade hebben opgelopen. Het huwelijk werd overschaduwd door drankzucht.

    Achterberg overleed in 1962. Hij liet een prachtig oeuvre en een zeer ongemakkelijk gevoel na.

  • Vergeten genie

    Hoe sommige gedachtesprongen tot stand komen, is me na al die jaren nog steeds een groot raadsel. Associaties, verbindingen, ‘stepping-stones’, het zijn onbegrijpelijke puzzels van het brein. Puzzels, geheimen, raadsels die al honderden jaren wetenschappelijk proberen te verklaren, maar die nog altijd in nevelen gehuld blijven.

    Soms valt er een lijn te ontdekken. Een lijn die in ieder geval de schijn van een academische toets zou kunnen doorstaan. In veel gevallen blijkt dat echter een handige vorm van ‘hineininterpretieren’ te zijn. Kortom, ‘wishful thinking’, geen wetenschappelijk onderbouwd bewijs.

    Neem de volgende hink-stap-sprong: gisteren noteerde ik over de donkere depressie die me decennia geleden overviel. Een duistere periode die ik eigenlijk door een loterij overleefd heb; reden waarom ik heel alert ben geweest in de navolgende sombere periodes. Die herinnering bracht me naar de oorzaak van de ellende en dus automatisch ook naar de bron van persoonlijk geluk. Want die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat persoonlijk geluk heeft voor mij een plek en een naam: Skrinkle Beach in Wales. Dat nietige strandje stond en staat symbool voor het grootste geluk dat mij ten deel is gevallen: Clara. Dat strandje linkt mijn gedachten aan ons zomerhuisje in Laugharne, op steenworp afstand van het schrijfhuisje van Dylan Thomas. En dus schieten mij zijn beroemdste dichtregels te binnen: ‘Rage, rage against the dying of the light’. Een regel die je bij de strot grijpt; een greep die niet weer loslaat. Maar om het gedicht, en ook de dichter, recht te doen, moet het volledig worden geciteerd.

    Dylan Thomas. Een eigenlijk vergeten dichter. En een vergeten, maar schitterend gedicht in een praktisch vergeten dichtvorm: de villanelle. Maar tevens een dichter en een gedicht die dit bescheiden eerbetoon verdienen. Misschien treffend dat de herinnering aan mijn eigen depressiviteit dat eerbetoon oproept. Als niet-wetenschappelijk bewijs dat negatieve energie op onnavolgbare wijze kan worden omgezet in positieve creativiteit.

    Geni anghofiedig. Yn anffodus.

  • Gejaagdheid

    We kijken naar de Britse detectiveserie ‘Dalgliesh’, die zich afspeelt ongeveer aan het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Zo rond de periode dat we beiden een de universiteit studeerden. Natuurlijk, het speelt in Engeland, waar de tijd af en toe een stuk langzamer lijkt te gaan dan in andere delen van de wereld. Maar toch, wat een verschil met de gejaagdheid, het moordende tempo van tegenwoordig.

    Geen smartphones, geen internet, geen voortdurende social media en ander opdringerig gehijg. De tijd was simpeler in die dagen, alhoewel het ‘realisme’ van Lubbers en Thatcher al opdoemde. Soms kan ik hartstochtelijk terugverlangen naar die dagen toen alles nog beheersbaar en overzichtelijk leek. En zorgeloos. Aan de andere kant: het was natuurlijk allemaal schijn. De ellende was net zo groot als nu. We wisten het alleen niet.