• Blackstar

    Het is vandaag tien jaar geleden dat David Robert Jones overleed. En de muziekwereld behoorlijk ontredderd achterliet. ‘Starman’ was niet meer. De muzikale kameleon, beter bekend onder zijn artiestennaam David Bowie, had ons verlaten. Wat ons restte, was zijn requiem: ‘Blackstar’.

    Zoals velen van mijn generatie, leerde ik Bowie kennen door zijn iconische ‘Ziggy Stardust’-album. Wellicht het eerste album waarbij werkelijk alles tot in detail was uitgevoerd en doordacht: de hoes, de muziek, maar zeker ook het fascinerende androgyne personage van Ziggy. De plaats zorgde voor enthousiaste reacties en iedereen keek vol spanning uit naar de opvolger. Bowie niet. Die nam afscheid van ‘Starman’ en schakelde door naar het volgende type: de schizofrene ‘Aladdin Sane’. Wij, als publiek, waren  verbijsterd.

    Het was niet de eerste, en zeker niet de laatste gedaanteverwisseling van Bowie. ‘The Man Who Sold The World’ werd ‘Hunky Dory’. De wereldster van ‘Let’s Dance’ ging relatief anoniem verder als frontman van Tin Machine. Bowie marcheerde altijd voor de troepen uit. Tot aan zijn dood. Het einde, dat hij ook majestueus in muziek én beeld omzette.

    Daarom noteer ik hier de tekst van wat over het algemeen als zijn ‘magnum opus’ wordt beschouwd:

    Persoonlijk zou ik eerder voor ‘Changes’ van hetzelfde album hebben gekozen. Maar dit is uiteraard ook prima. ‘Lazarus’ kwam altijd weer boven water; alleen tien jaar geleden niet meer.

  • Vlek

    In mijn werkkamer klinkt het album ‘Harvest’ van Neil Young. Een iconische plaat waar ik veel goede herinneringen aan heb. Deze elpee dateert uit 1972, een periode waarin ik gelukkig nog onbezonnen en vrij van zorgen in het leven stond. Als ik het me goed herinner, zat ik in de derde klas van het Thorbecke College, weliswaar al ingedeeld op de afdeling Athenaeum, maar nog voor de ietwat zenuwslopende vakkenkeuze. Ik voetbalde in de A1 van Helpman om het kampioenschap en had ondertussen een uitnodiging voor Oranje onder 15 gehad. Mijn debuut in het eerste elftal zou niet al te lang op zich laten wachten.

    Dat jaar zou naast ‘Harvest’ ook ‘The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars’ van David Bowie het licht zien; een ander album dat veel invloed op mijn muziekvoorkeur heeft gehad. Of wat te denken van ‘Transformer’ van Lou Reed. Of Çan’t Buy A Thrill’ het openingsalbum van Steely Dan. Of het gelijknamige debuutalbum van Roxy Music. Een totaal ander muziekgenre diende zich aan. Maar ook de ‘oudere’ bands roerden zich.

    Een greep uit de dat jaar verschenen elpees:
    ‘The Great Wazoo’ – Frank Zappa
    ‘Darwin’ – Banco del Mutuo Soccorso
    ‘Machine Head’ – Deep Purple
    ‘Argus’ – Wishbone Ash
    ‘Sailin’ Shoes’ – Little Feat
    ‘Europe ‘72’ – Grateful Dead
    ‘Per Un Amico’ – Premiate Forneria Marconi
    ‘Something/Anything’ – Todd Rundgren
    ‘666’ – Aphrodite’s Child
    ‘Eat A Peach’ – The Allman Brothers Band
    ‘Ege Bamyasi’ – Can
    ‘Thick As A Brick’ – Jethro Tull
    ‘Foxtrot’ – Genesis
    ‘Exile On Main St.’ – The Rolling Stones
    ‘Close To The Edge’ – Yes
    ‘Pink Moon’ – Nick Drake

    Mijn geliefde Pink Floyd vergastte ons op ‘Obscured By Clouds’, een tot op de dag van vandaag sterk onderschat album. Kortom, een tijdperk vol licht, een jaar van positivisme. Een jaar waar ik met veel plezier op terugkijk.

    Ik loop naar beneden en vertel Clara dat ik zojuist Neil Young heb geluisterd.
    “Harvest”, klinkt het. “Prachtige plaat. Maar ‘A Man Needs A Maid’ zou nu toch echt niet meer kunnen, vind je niet?”.

    Ze heeft uiteraard gelijk. Maar jammer dat ook dat fijne jaar 1972 een behoorlijke vlek heeft opgelopen.