Rond vieren gaat de bel. Clara loopt naar de voordeur en even later word ik vanuit de werkkamer geroepen. Eenmaal in de gang beland, zie ik haar een man naar de woonkamer begeleiden. En dus ben ik zeer benieuwd wie toegang tot ons privédomein heeft verkregen, want dat is, zeker bij Clara, een zeldzaamheid. Vol verwachting klopt mijn hart, maar even later is het verwachtingspatroon behoorlijk naar beneden bijgesteld.
Eén van de buurmannen met wie we kennis hebben gemaakt tijdens de burendag, heeft zich comfortabel op onze bank genesteld. En gezien zijn tevreden houding lijkt hij niet van zins daar binnen al te korte tijd weer van te vertrekken. Buurman is ‘here to stay’, althans voorlopig.
“Koffie?”, vraagt Clara uit beleefdheid. Het is duidelijk, ze weet niet goed hoe met deze door haar gecreëerde situatie om te gaan. Hoe weiger je immers een buurman zonder meteen de hele buurt voor de schenen te schoppen. En bovendien een buurman met gewicht; een der organisatoren van voornoemd buurtfeest. Voorlopig heeft ze besloten om de zaken maar enigszins op hun beloop te laten, zoveel is wel duidelijk.
Buurman wil wel koffie. En zo te zien, wordt even later zeer duidelijk, had hij ook wel iets ‘bij de koffie’ verwacht.
“Kijk, een bloot kop koffie”, luidt het ietwat ontevreden commentaar. Clara besluit die opmerking verder te negeren.
“Buurman, hoe is het?”, schop ik maar eens een open deur in. “Alles goed thuis? ’t Is al weer een tijd geleden dat we elkaar hebben gezien”. Ongegeneerd rijg ik het ene cliché aan de andere platitude.
Buurman schijnt het allemaal niet erg te vinden. Het gesprek koetjet en kalft het grootste deel van een uur door en de beleefdheid gebiedt ons ook iets anders dan koffie aan te bieden. Clara’s blik maakt zonneklaar dat ik me op gastronomisch gebied moet manifesteren.
“Biertje, buurman?”, vat ik m’n taak als gastheer kort samen.
“Sla ik niet af”, verklaart buurman onomwonden. Clara wil witte wijn en zo loop ik even later vanuit de keuken terug met een dienblad met glazen, een fles bier en een fles witte wijn. Als een volleerd ober serveer ik de vloeibare versnaperingen uit.
Het bierglas blijkt overbodig.
“D’r zit al glas um”, legt buurman z’n bouwvakkerige drinkmethode uit en voegt meteen de daad bij het woord. Een toast hoort blijkbaar ook niet tot het protocol.
De fles wordt met een klap neergezet en buurman schraapt z’n keel. Het heeft er alle schijn van dat de werkelijke reden van het onverdeelde genoegen van zijn bezoek nu aan ons zal worden onthuld.
“Wat ik eigenlijk namens de hele buurt wilde vragen”, draait hij langzamerhand ter zake, “heeft betrekking op ons buurtfeest. Zoals jullie weten doen we dat eigenlijk altijd op straat. Maar dat is altijd zo’n gedoe, met vergunningen van de gemeente. En dan moet alles ook nog weer de volgende dag opgeruimd zijn. Dat geeft altijd stress. Dus wij dachten, als we de tenten nu bij jullie op het gazon zetten, is dat probleem opgelost. Jullie behoren immers ook tot de vaste gasten, dus dat zou allemaal mooi passen. Wat denken jullie?”.
Die hadden we niet zien aankomen. En blijkbaar hebben buurman en consorten er goed over nagedacht, want hoe zouden we dit kunnen weigeren zonder de risee van de buurt te worden? Ik voel lichte paniek.
“Wel buurman, daar overval je ons nogal mee”, doe ik een poging de frontale aanval te pareren. “Daar willen we, als ik mede voor Clara mag spreken, nog even over nadenken. Het is nogal een drukte over de vloer, nietwaar? Wat bijvoorbeeld met sanitaire voorzieningen?”.
“Ik neem aan dat jullie een wc hebben”, kaart buurman overbodig aan.
“Dat wel, maar ik weet niet of we het prettig vinden straks ruim tweehonderd bezoekers op ons toilet te hebben”, merkt Clara terecht op. “Ik vind dat nogal een belasting op ons privé”.
“We kunnen natuurlijk ook een Dixie bestellen”, stelt buurman voor.
Een Dixie! In onze voortuin. Op ons ongetwijfeld tot pulp getrapt gazon. Ik begin koud zweet op m’n rug te voelen.
“We gaan er es over nadenken”, kap ik de discussie maar af. “Maar we staan eerlijk gezegd niet te popelen over dit idee”.
“Denk er maar es over”, zegt buurman en maakt aanstalten te vertrekken. “Het is een redelijke vraag en eerlijk gezegd rekenen we op jullie! Bedankt voor de gastvrijheid!”.
Even later kijken Clara en ik elkaar met lichte wanhoop aan. Hoe kunnen we dit in vredesnaam weigeren, zonder de hele buurt te schofferen? We voelen ons bekwaam in een hoek gedreven en we kunnen moeilijk als katten in het nauw worden gestempeld, dus noodsprongen zijn uitgesloten. We hebben een plan nodig. Of een ingreep van de voorzienigheid.
