• La cucina Italiana

    De Italiaanse keuken wordt tot Werelderfgoed verklaard. En de Italianen zijn het daar uiteraard hartgrondig mee eens. Dat valt ook moeilijk anders te verwachten, want het chauvinisme komt snel naar boven wanneer het om nationale of nationalistische zaken gaat. Zo vinden Grieken hun feta een ultieme vorm van erfgoed, de Spanjaarden zullen eenzelfde pleidooi houden voor paella en de Britten voor fish & chips. Culinaire kwaliteit doet daarbij niet ter zake. Het gaat alleen en uitsluitend om de emotionele waarde bij de eigen bevolking. In die zin is er van één Europese identiteit in het geheel geen sprake.

    Terug naar ‘la cucina Italiana’. Op de keper beschouwd een onzinnige term, omdat het land ten diepste verdeeld is over de authenticiteit van het leeuwendeel der recepten. In Napels worden andere regels gehanteerd dan in Rome. De pastavarianten van Sicilië zijn toch echt heel verschillend van die van Südtirol. En in Piemonte zijn ze van mening dat zij de meest originele vitello tonata kunnen produceren. In Aosta menen ze overigens hetzelfde. In die zin zijn ze het in ‘De Laars’ volstrekt met elkaar oneens.

    De eenheid ontstaat pas als de strijd moet worden aangebonden met het vijandige buitenland. Als Turkse restaurateurs zich voordoen als de brengers van ’s lands trots: de pizza. Als de arrogante Fransen zich onbeschaamd enige als onvervalst Italiaans te boek staande recepten toe-eigenen. Dan ontstaat de Italiaanse furie. ‘La cucina Italiana’ moet onvervalst Italiaans blijven. En andere moeten daar met hun poten afblijven.

    Stronzi!

  • Lapzwansen

    Onze tuinman Maarten verschijnt ’s morgensvroeg om de boel winterklaar te maken. Die term heeft overigens sinds Jacobse & Van Es een wat lacherige lading gekregen, maar in ons geval is het toch een serieuze aangelegenheid. Op Groenestein hebben we geen scheurgras en bavianenschurft; er moet gesnoeid, gemaaid, geveegd en in algemene zin opgeruimd worden.

    Maarten gaat onverdroten te werk en wanneer ik hem een uur later een kop thee breng, is het resultaat van zijn inspanningen al goed zichtbaar. En dus gooi ik er een welgemeend compliment uit.
    “Zo, dat schiet lekker op”, gooi ik er maar eens een cliché tegenaan. “Een heel verschil. Je hebt bepaald niet stil gezeten”.
    “Daar word ik ook niet voor betaald”, komt het gevatte antwoord. “Er zijn al lapzwansen genoeg”.
    Blijkbaar heb ik een gevoelige snaar geraakt en dus informeer ik snel aan welke lapzwansen hij refereert. Het wordt direct duidelijk dat hij doelt op buitenlandse mensen die onder de noemer ‘hoveniersbedrijf’ de bedrijfstak verstieren. Voor weinig geld leveren ze vervolgens weinig kwaliteit.
    “Die lui maken de hele markt kapot”, meent Maarten. “Tegen hun tarieven kan ik nooit werken. Maar zij betalen dan ook geen loonbelasting en sociale premies. Dan wordt concurreren een stuk lastiger”.
    “Maar daar kom je toch nooit mee weg bij de Belastingdienst?”, werp ik tegen. “Die heeft je na een tijdje toch wel op de korrel?”.
    “Tegen die tijd zijn ze al terug naar Polen of Roemenië”, legt hij kort uit. “Om veertien dagen later terug te keren en zich onder een andere naam bij de KvK en daarna de Belastingdienst aan te melden. En dan begint het hele spel opnieuw”.
    Ik knik. De uitgekookte methodiek is volstrekt duidelijk.
    “Begrijp me goed”, vult hij aan. “Ik heb niets tegen buitenlandse mensen. Velen werken hard en doen de klussen waar wij de neus voor optrekken. Maar dit soort geboefte vind je nu eenmaal overal. Die trekken als een sprinkhanenplaag over het land en verstieren de hele boel. Ook voor hun landgenoten”.

    De reden voor zijn frustratie is me overduidelijk. Een klip-en-klaar voorbeeld van Europese regels die achter een bureau zijn bedacht en weinig raakvlakken hebben met de dagelijkse realiteit. De Brusselse burelen zijn weer eens de mindere van street wise ondernemers. Met als gevolg dat de hardwerkende Nederlanders met de gebakken peren zitten. Welke politieke partij komt ooit eens echt voor hen op?