• Aandacht

    Moet ineens denken aan de avond dat wij de derde ‘Downton Abbey’-film gingen zien. De gehele foyer van het theater bleek gevuld met lieden op hun paasbest, aangevuld met afstotelijke figuren die bebloede varkenskoppen en schrikwekkende haken met zich droegen. Filmploegen en schrijvende pers in ruime mate aanwezig. Een de reden voor al dit uiterlijke vertoon: de première van de eerste Nederlandse horrorfilm ‘Vleesdag’.

    Horror, een genre waar ik nooit iets mee gehad heb. Niet met de films en niet met de literatuur. Mysterieuze verhalen, zoals die van Poe, Lovecraft of bijvoorbeeld Dahl, hebben mij altijd wel kunnen bekoren, maar het echte bloederige, recht-voor-zijn-raap werk in het geheel niet. Ik hoef niet alles tot in detail te zien of te lezen; ik vind het prettiger als mijn verbeelding overblijft. Misschien dezelfde reden waarom porno mij niet kan bekoren. Te expliciet en niet sensueel.

    Hoe dan ook, het aanwezige volk maakte er in ieder geval een complete show van. Het merendeel der aanwezigen beijverde zich om zoveel mogelijk in het zicht der camera’s te komen. Aandacht is blijkbaar belangrijker dan de meegebrachte (acteer)prestaties. Tien seconden eeuwige roem. Opkomen, blinken en hoogstwaarschijnlijk binnen de kortste keren verzinken.

    We leven in het moment, niet voor de eeuwigheid.

  • Bloedeloos

    Voor de zoveelste keer in korte tijd bevind ik me bij de Bloedafname in het ziekenhuis. Sinds het vermoeden en later de diagnose reumatische artritis is uitgesproken, heb ik een schier onvoorstelbare hoeveelheid bloed in deze ruimte achtergelaten. Uiteraard begrijp ik dat veel kan worden afgeleid uit de waarden die in dit levensvocht kunnen worden gevonden, maar er lijkt mij toch ook een grens te zitten aan de hoeveelheid bloed die men kan missen. Je zou denken dat de medici daar wat clementer mee zouden kunnen zijn.

    Er zit overigens ook een grens aan de hoeveelheid smakeloze outfits die een mens kan verdragen. Wat we in de gangen en wachtkamers van dit hospitaal aan wanstaltigheid voorbij zien lopen, is nauwelijks voor te stellen. Het is ook alsof niemand zich erom bekommert. Korte broeken, vormeloze truien, slobberige schoenen, morsige trainingspakken en wat dies meer zij. En dan hebben we het nog niet eens over de kapsels die hier voorbij deinen. Het lijkt wel alsof alle kappers in deze omgeving last van staar hebben.

    Een bloedeloze bende met elkaar.