• Burendag

    Een aantal maanden geleden ontvingen we een uitnodiging voor een ‘burendag’ in de aanpalende straat. In een voor ons ongewone bui van toeschietelijkheid hebben we ons destijds ingeschreven voor deze gebeurtenis. Die dag is vandaag en dus wandelen Clara en ik met een paar flessen rood onder de arm naar het geïmproviseerde feestterrein.

    De Nederlandstalige hits schallen on van verre reeds tegemoet. We blijken gelukkig niet de eerste feestgangers te zijn, want de straat oogt aardig bezet. Onze verschijning gaat niet onopgemerkt voorbij. Het lijkt alsof iedereen weet dat wij van Groenestein komen en we worden aangestaard alsof we een tot nu toe onbekende levensvorm zijn.
    Daar weet Clara gelukkig wel raad mee en binnen de kortste keren is ze in een geanimeerd gesprek met enkele buurvrouwen verwikkeld. Ikzelf heb daar wat meer moeite mee, maar uiteindelijk weet ik me toch ook in een bont gezelschap binnen te wurmen. Een half uur later – en diverse alcoholische versnaperingen voor sommige gespreksgenoten – weet iemand dan toch de roze olifant in het midden van de straat ter sprake te brengen.
    “Jullie wonen toch in het grote huis”, vraagt de betreffende man naar de bekende weg.
    Ik kan niet anders dan volmondig toegeven dat dat inderdaad het geval is.
    “Jullie zijn totaal andere mensen”, stelt diezelfde man vast. “Die vorige bewoonster was een raar mens. Een of andere gravin die het nogal hoog in de bol had. Die wou met niemand wat te maken hebben, het secreet”.
    Er ontstaat onrust in de groep en de man krijgt een por in zijn ribben. Blijkbaar vrezen de overige groepsleden het effect van de onnadenkend uitgesproken woorden.
    “Dat was mijn moeder”, leg ik in het kort uit.
    Er valt een ongemakkelijke stilte. De mannen kijken elkaar beteuterd aan. Hazes schalt door de lucht.
    Ik besluit me niet te laten kennen.
    “En ja, ze kon soms een raar secreet zijn”, beaam ik om de spanning van de situatie weg te halen.
    Er klinkt opgelucht gelach. Ik krijg een paar meppen op mijn schouders en er wordt meer bier gehaald. De festiviteiten zijn voorlopig gered.

    Later zitten we in de woonkamer. We zijn het er direct over eens: dit was eens, maar nooit meer.

  • Lichtvaardig

    Er wordt gezamenlijk gegeten en dus arriveert de club tegen half vijf. We schenken borrels, bier en wijn in en informeren elkaar over het wel en wee van de afgelopen tijd. Clara vertelt dat we bezig zijn met de zolder en dat lokt al snel cynische opmerkingen uit.

    “Hoe lang kun je daar nu mee bezig zijn?”, meent Hein. “Dat is toch een kwestie van selecteren en opruimen?”.
    Ik merk op dat hij de inhoud van de zolder waarschijnlijk schromelijk onderschat.
    “Klopt”, oordeelt Wout. “Het is een grote zolder. Niettemin kun je dat toch in een paar dagen doen?”.
    “Loop maar even mee”, sluit ik de discussie.
    We lopen allemaal naar boven. Clara sluit lachend de rij.
    Ik gooi de zolderdeur open en stap opzij. De rest stapt naar binnen en ogenblikkelijk hoor ik gefluit en een paar krachttermen.
    “Generaties Soeth kijken op u neer, dames en heren”, zeg ik schamper. “Dit kan niet lichtvaardig worden gedaan”.
    Even later zitten we weer beneden.
    “Wat ga je nu met al die spullen doen?”, vraagt Lies.
    Dat is precies de vraag die zo lastig te beantwoorden valt. Het onderwerp ‘zolder’ komt die avond niet meer ter sprake.

  • Schiphol

    Gisteren waren we op weg naar Schiphol. Wout en Emma zouden na aankomst aldaar doorreizen naar Calabria. En ik zou terugkeren naar Groningen. Ieder z’n deel.

    De afrit bij de luchthaven bleek ook het begin van een behoorlijke file. Stuk voor stuk mensen die een bestemming hadden. Of die mensen kwamen halen die een bestemming hadden. Hier vindt de moderne diaspora plaats. In ieder geval scheen iedereen behoorlijk haast te hebben, wat tot het nodige asociale weggedrag leidde.

    Vanmiddag pingt mijn telefoon. Vanuit Calabria laat WhatsApp me weten dat er bericht is. Foto’s van de diaspora. Wout en Emma blakend in de zon, een lokkende zee in de achtergrond. Emma in vakantiepose met een Moors kasteel als decor. Wout achter het bier op een terras. En een zonovergoten strand met gretige badgasten.

    Het lijkt allemaal ver weg en dat is het eigenlijk ook. De locatiegegevens maken duidelijk dat het hemelsbreed 1725 kilometer hier vandaan is. En toch zo dichtbij.