• Vlek

    In mijn werkkamer klinkt het album ‘Harvest’ van Neil Young. Een iconische plaat waar ik veel goede herinneringen aan heb. Deze elpee dateert uit 1972, een periode waarin ik gelukkig nog onbezonnen en vrij van zorgen in het leven stond. Als ik het me goed herinner, zat ik in de derde klas van het Thorbecke College, weliswaar al ingedeeld op de afdeling Athenaeum, maar nog voor de ietwat zenuwslopende vakkenkeuze. Ik voetbalde in de A1 van Helpman om het kampioenschap en had ondertussen een uitnodiging voor Oranje onder 15 gehad. Mijn debuut in het eerste elftal zou niet al te lang op zich laten wachten.

    Dat jaar zou naast ‘Harvest’ ook ‘The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars’ van David Bowie het licht zien; een ander album dat veel invloed op mijn muziekvoorkeur heeft gehad. Of wat te denken van ‘Transformer’ van Lou Reed. Of Çan’t Buy A Thrill’ het openingsalbum van Steely Dan. Of het gelijknamige debuutalbum van Roxy Music. Een totaal ander muziekgenre diende zich aan. Maar ook de ‘oudere’ bands roerden zich.

    Een greep uit de dat jaar verschenen elpees:
    ‘The Great Wazoo’ – Frank Zappa
    ‘Darwin’ – Banco del Mutuo Soccorso
    ‘Machine Head’ – Deep Purple
    ‘Argus’ – Wishbone Ash
    ‘Sailin’ Shoes’ – Little Feat
    ‘Europe ‘72’ – Grateful Dead
    ‘Per Un Amico’ – Premiate Forneria Marconi
    ‘Something/Anything’ – Todd Rundgren
    ‘666’ – Aphrodite’s Child
    ‘Eat A Peach’ – The Allman Brothers Band
    ‘Ege Bamyasi’ – Can
    ‘Thick As A Brick’ – Jethro Tull
    ‘Foxtrot’ – Genesis
    ‘Exile On Main St.’ – The Rolling Stones
    ‘Close To The Edge’ – Yes
    ‘Pink Moon’ – Nick Drake

    Mijn geliefde Pink Floyd vergastte ons op ‘Obscured By Clouds’, een tot op de dag van vandaag sterk onderschat album. Kortom, een tijdperk vol licht, een jaar van positivisme. Een jaar waar ik met veel plezier op terugkijk.

    Ik loop naar beneden en vertel Clara dat ik zojuist Neil Young heb geluisterd.
    “Harvest”, klinkt het. “Prachtige plaat. Maar ‘A Man Needs A Maid’ zou nu toch echt niet meer kunnen, vind je niet?”.

    Ze heeft uiteraard gelijk. Maar jammer dat ook dat fijne jaar 1972 een behoorlijke vlek heeft opgelopen.

  • Veiligheidsbril

    Breinen werken op onnavolgbare wijze. Ik lees in de krant een artikel over iets vaags in de chemie, en plots schakelen mijn hersenen door naar meneer Vriezen, de scheikundeleraar van de derde klas op de middelbare school. Ik had al snel in de gaten dat Scheikunde niet mijn favoriete vak zou worden. Maar helaas ontkwam ik er niet aan. Had ik maar niet de bètakant van het Athenaeum moeten kiezen. Zodra de kans zich voordeed, heb ik dat vak laten vallen. Ten faveure van Duits; ik verkoos Heine en Musil boven koolstofverbindingen.

    Terug naar meneer Vriezen. Die had de nare eigenschap om leerlingen compleet voor schut te zetten. Voor de klas nog wel. We broedden op wraak. Die gelegenheid deed zich voor toen hij een woest chemisch experiment demonstreerde. De onontkoombare veiligheidsvoorschriften dicteerden het gebruik van een speciale bril. Na afloop van de proef vervolgde meneer Vriezen zijn betoog. Met veiligheidsbril. Het bleef angstvallig stil. Het zou toch niet?

    Meneer Vriezen scheen de bril vergeten te zijn. Na afloop van de les, griste hij z’n jas van de kapstok, groette conciërge Weber op de gang, pakte zijn fiets en peddelde huiswaarts. Wij stikten van de lach.

    Pas later realiseerde ik me dat Weber een bloedhekel aan hem moet hebben gehad. Ook volwassenen kunnen kinderlijk plezier hebben.