De herfst is nooit mijn favoriete jaargetijde geweest. Mijn hele leven lang heb ik een afkeer gehad van die natte, kille, mistige maanden in aanloop tot de doodse winter. Herfst staat voor verval, neerslachtigheid, depressie; negatieve emoties waar ik altijd gevoelig voor ben geweest. Niet dat ik bij het vallen der bladeren direct op zoek ga naar een eind touw, maar echt vrolijk word ik er allemaal niet van. Herfst staat synoniem voor natgeregende broeken op weg naar school, verkleumde handen na een voetbalwedstrijd en grauwe, kleurloze namiddagen die de energie uit je wegslurpen.

De ‘minor poet’ C. Buddingh’ wist het heel aardig onder woorden te brengen.
‘Het is 4 oktober, maar nog mooi, windstil weer.
De bomen staan er roerloos bij
als voetballers wanneer het volkslied gespeeld wordt.
Dit is de klare zang van de herfst.
Natuurlijk : het verval heeft al ingezet,
maar heel rustig, vriendelijk-ingetogen.
Op de tafel staat een schaal met bruinglimmende kastanjes.
Calamiteiten voorbehouden
zullen zij eerder verschrompelen dan ik.
C. Buddingh’ – ‘Herfst met kastanjes’
Een typisch Buddingh’-gedicht. Altijd met het verval en de onvermijdelijke dood als thema. En altijd met onderkoelde humor. ‘Tongue-in-cheek’ vanuit Dordt. Er valt wat te lachen, maar helaas niet al te lang.

Geef een reactie