Nee, ’t is niet briljant. Nee, het is geen sonnet van Shakespeare. Maar aan de andere kant: het is het ritme van mijn medicatie, het zijn de woorden van mijn welbevinden en het zijn de strofen van mijn dagelijkse routine. Poëzie van alledag, dus.
Inspiratie. Een moeilijk begrip dat al generaties dichters en schrijvers bezig heeft gehouden. Want waar precies praten we over? Is het een goddelijke lichtflits die ons tot brille brengt? Of is het een toevallige connectie tussen de contactpunten van ons neurale netwerk? Of is het allemaal onzin en vinden we bij toeval de juiste combinatie van woorden?
En om een en ander nog meer te compliceren: wat is de rol van een muze in deze? Wat is überhaupt een muze? Een geliefde? Of een onbereikbare? De oude Grieken hadden zoals altijd een passend antwoord: een god of halfgod die deze taak op zich had genomen. Zo kom je overal mee weg.
Hoewel sommige schrijvers zich totaal niet om de kwestie bekommeren, maken andere zich diepe gedachten.
‘Hem vliegen losse woorden naar de keel. Een grenspaal. Vale paarden. Takkebossen. Oog. Krijt. Een legioen. Gevaar. Vuilgeel. Ze dansen door het luchtruim. Zie ze hossen.
Hij kan er op papier niets mee verlossen Wat lijkt op een gedicht. Verdomd. Niets past er. Wat moet een woord als wolken naast kolossen? Hij deponeert ze in zijn hoofd. Kadaster.
Het lijkt of ze voorgoed begraven zijn. Maar vroeg of laat begint een dunne draad, Gesponnen uit melancholie en pijn,
Van woord tot woord een weg te zoeken om Een web te weven – stom en delicaat – Waaruit ineens een vers valt. Als een bom.’
Ook de grote Gerrit vroeg zich wel eens af hoe het allemaal tot stand kwam. Een passend antwoord vond hij echter niet. Dat is er wellicht ook niet. Misschien moeten we dat simpelweg accepteren. Dichten en schrijven moet je doen. Al helpt het enorm als je lenig met woorden bent.
Ik sla de bijlage ‘Tijdgeest’ van Trouw open en lees het gedicht van de week. Ditmaal van de hand van Ineke Riem. De lichtvoetige titel ‘101 knutselideeën’ doet flauwe meligheid zoals ‘Creatief met kurk’ vermoeden, maar dat pakt totaal anders uit. Riem schrijft openlijk over de ‘grote’ gevoelens die ons allemaal wel ergens in ons leven overvallen. Zonder de gebruikte woorden overigens de voor de hand liggende zwaarte mee te geven. Integendeel, ze omzeilt die zwaarte door deze om te zetten in alledaagse knutselwerkjes.
Zowel Clara als ik hebben op enig moment te maken gehad met depressies en gevoelens van uitzichtloosheid. En we weten allebei dat dergelijke negatieve emoties uitsluitend bestreden kunnen worden als je de relativiteit ervan leert in te zien. Als je die gevoelens ‘licht’ maakt. Mede daarom raken me de woorden opvallend.
‘Borduur een kompas op je kussensloop tijdens stuurloze nachten. Maak een kraanvogel van metallic vouwblaadjes om op weg te vliegen uit alles wat je niet begrijpt. Van gekleurde wc-rollen kun je een huis bouwen voor je verdriet en van pijn spin je zachte wol bv. voor knuffels. Boosheid smelt in de oven als een knikker in een schaaltje van klei. Meng het gevoel dat je stikt met gips en giet in de mal van een vlinder. Zelfmedelijden: met glitters versieren. Bedrieglijke dromen zijn geschikt om een vlieger mee te bouwen. Nachtmerries vastplakken in een kijkdoos. Teken een oase op de stoep van je verlatenheid. Gaten en scheuren in de liefde kun je opvullen met bladgoud of fimoklei. Van iedere niet-uitgekomen wens kun je een stempel maken. Als God je hart breekt, snijd dan het hemelblauw in smalle reepjes en maak een halsketting van papierfiligraan (of oorbellen). Plak ponyplaatjes op radeloze dagen. Teken je kinderpijn op triplex en zaag uit met een figuurzaag. Rond littekens kun je een zon schilderen met vingerverf. Uitzichtloosheid in twaalven scheuren en bespatten met ecoline: voilà, een verjaardagskalender. Is je vrije wil gestolen? Knip een nieuwe uit perkamentpapier.’
Ineke Riem – ‘101 knutselideeën’(fragment)
Het gedicht klinkt overigens ook als een parafrase op sommige zelfhulptheorieën, die al te luchtig kunnen doen over daadwerkelijk fundamentele mentale problemen. Problemen die moeilijk of onmogelijk in woorden zijn te vertalen. Misschien dat klei, gips en wc-rollen dan uitkomst kunnen bieden.